Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toezicht uit en zorgen voor de lichting van de compagnieën en de bataillons van de infanterie, de dragonderescadrons, de eenheden en bataillons van den landstorm en de hulpdiensten. De lichting van de overige troepen geschiedt door den Bond, waarbij niet op de kantonnale grenzen gerekend wordt. Het krijgsmateriaal wordt door den Bond en de kantons tezamen beheerd. Het leger bestaat uit 4 corpsen. In vredestijd worden jaarlijks ten tijde van de manoeuvres 110 000 manschappen onder de wapens geroepen. Zonder den landstorm bestaat het leger uit 180 bataillons, 72 escadrons, 76 batterijen, 7 machine-geweercompagnieën en 91 artillerie- en technische compagnieën. Het aantal manschappen, dat in oorlogstijd opgeroepen kan worden, bedraagt 232 034 man, zonder den landstorm, die ongeveer een l/, millioen ongewapende manschappen telt.

Geschiedenis. Zwitserland werd ten tijde van Caesar door Helvetiërs (zie aldaar) en andere Keltische stammen en door de Raetiërs bewoond, en behoorde, nadat dezen door de Romeinen onderworpen waren, tot het Romeinsche rijk. Tijdens de Volksverhuizing vestigden zich, in de 5de of in het begin van de 6de eeuw, Alemannen in het N.O. en in het midden van Zwitserland, West-Zwitserland kwam met inbegrip van Wallis omstreeks 460 aan Bourgondië, de oude Keltisch-Romeinsche bevolking behield aldaar echter de overhand; ook in het Z.O. het tegenwoordige Grauwbunderland hield zich een Romeinsch-Raetische bevolking onder bescherming van den Oost-Gotischen koning Theodorik staande. Doordat in 496 de Alemannen door Clovis onderworpen werden, in 534 de Bourgondiërs door zijn zonen, terwijl de Oost-Goten in 536 Raetië aan de Franken afstonden, kwam het land onder de heerschappij der Franken. Bij het Verdrag van Verdun (843) kwam het O. aan het Oost-Frankische rijk; het W. behoorde eerst tot het rijk van Lotharius, sedert 888 tot het Opper-Bourgondische rijk, dat in 933 met het Neder-Bourgondische rijk tot het rijk Arelat werd vereenigd en in 1032 aan keizer Koenrad 11 ten deel viel. Daardoor kwam Zwitserland geheel aan het Duitsche rijk.

In de 12de eeuw bezaten de hertogen van Zahringen, als bezitters van groote allodiale goederen, als rijksvoogden van Zurich (sedert 1097) en als „rectoren" van Bourgondië (sedert 1127) den grootsten invloed in Zwitserland. Nadat met het overlijden van Berthold V (1218), den stichter van Bern, dit geslacht uitgestorven was, werd het land in een aantal kleine staatjes verdeeld: vrije steden en vrije landelijke gemeenten, abdijen, bisdommen en heerlijkheden, onmiddellijk onder de souvereiniteit van den keizer geplaatst. In het zuiden kregen de graven van Savoye en in het noorden de graven van Habsburg groote macht. Laatstgenoemden waren bekleed met de voogdij over Schwyz, Uri en Unterwalden, in de bergstreek van het binnenland gelegen, en trachtten dit voogdijschap in een zelfstandig gezagteherscheppen, wat hun waarschijnlijk gelukt zou zijn, wanneer de St. Gotthardpas, die in de 13de eeuw geopend werd, niet de aandacht van keizer Frederik 11 op deze streken had gevestigd, zoodat hij besloot zo onder zijn onmiddellijk gezag te plaatsen. In 1231 kocht zijn zoon, koning Hendrik, Uri van de Habsburgers en in 1240 schonk Frederik 11 aan Schwyz, een vrijheidsbrief, waardoor het eveneens rijksonmiddelbaar werd. Daar de Habsburgers de maat¬

regelen van den keizer niet wilden erkennen, ontstond er van 1245—1252 een strijd tusschen hen en Schwyz; ook Unterwalden kwam tegen de Habsburgsche heerschappij in verzet. Tusschen de drie landen werd nu een verbond gesloten, waarvan de oorkonde echter niet meer bestaat. Na den dood van keizer Frederik II moesten Schwyz en Unterwalden de rechten van het Huis Habsburg erkennen, na den dood van Rudolf van Habsburg echter hernieuwden de 3 woudstreken hun verbond (1291). Den 3dtn Juni 1309 werden zij door keizer Hendrik VII van Luxemburg als rijksonmiddelbare landen erkend. In den oorlog tusschen Frederik van Oostenrijk en Lodewijk den Beier kozen de Eedgenooten de zijde van laatstgemelde, waardoor de strijd tusschen de Habsburgers en de Woudsteden opnieuw uitbrak. Hertog Leopold, de broeder van Frederik leed bij den berg Morgarten een bloedige nederlaag (15 November 1315), waarna de drie Woudsteden te Brunnen het Eeuwig Verbond vernieuwden (9 December 1315). De geschiedenis van het ontstaan van het Eedgenootschap wijkt geheel af van de overlevering, die later, in de 15de en 16de eeuw, is ontstaan (zie Teil).

De jeugdige Bond breidde zich uit en werd weldra versterkt door de toetreding van Luzern (7 November 1332). Daarop volgden Zurich (1 Mei 1351), Glarus (4 Juni 1352) en Zug (27 Juni 1352), welke steden weliswaar in hetzelfde jaar nog hun bondgenootschap moesten opgeven, doch later opnieuw toetraden (Zug in 1364, Glarus in den Sempacher oorlog, 1386) en Bern (6 Mei 1353), waardoor het aantal leden zich uitbreidde tot acht. Een poging van hertog Albreeht den Wijze om met behulp van keizer Karei IV het verbond te vernietigen, mislukte en in 1361 werd het Eedgenootschap door Karei IV erkend. Op een vergadering te Konstanz (21 Februari 1385) werd een verbond gesloten tusschen het Eedgenootschap en den Rijn-Zwabisclien Stedenbond; toen de Zwitsers echter den oorlog met Oosterijk aanvingen, werden zij door hun bondgenooten verlaten. Niettemin behaalden zij den 9deB Juli 1386 op Leopold III van Oostenrijk een schitterende overwinning. Nadat ook de burgers uit Glarus de Oostenrijkers bij Nafels (9 April 1388) verslagen hadden, kwam den lsten April 1389 op gunstige voorwaarden een vrede voor den tijd van 7 jaar tot stand, deze vrede werd in 1394 tot 20 en in 1412 tot £0 jaar verlengd. Inwendig werd het verbond door verschillende overeenkomsten bevestigd, o.a. door den zoogenaamden Pfaffenbrief (7 October 1370), die eiken inwendigen twist streng verbood en het wereldlijk gerecht boven de geestelijke rechtspraak stelde,en den Sempacher Brief (10 Juli 1393), die regels bevatte voor de krijgstucht en de bescherming van weerloozen in den oorlog. In het begin van de 15de eeuw verzette Appenzell zich tegen den abt van St. Gallen, behaalde overwinningen bij Vögeliseck (1403) en Stosz (1405) en werd in 1411 inliet Eedgenootschap opgenomen. Toen in 1415 hertog Frederik van Tirol wegens zijn verzet tegen het Concilie van Konstanz door keizer Sigismund in den ban was gedaan, ontnamen de Zwitsers op aansporing van den keizer den Aargau aan Oostenrijk. In 1416 sloten de bewoners van Wallis eeuwige verdragen met Luzern, Uri en Unterwalden.

Tengevolge van een strijd over de erfenis van de graven van Toggenburg ontstond in 1439 een oorlog

Sluiten