Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwige vrede" tot stand kwam. Tegen een schade- i looss telling van 700 000 kronen voor oorlogskosten i onthielden de Zwitsers zich van verdere inmenging in 1 Italië. In 1521 sloot het Eedgenootschap, Zurich 1 uitgezonderd, een nieuw verdrag met Frankrijk, 1 waarbij laatstgenoemd land voor het verleenen van ] eenige jaargelden, handelsvrijheden en andere voor- ; rechten het recht kreeg tot 16 000 man in Zwitser- : land aan te werven. Daarmede hadden de Eedge- i nooten zich geheel in dienst van het Fransche hof gesteld en hielden zij op langer een zelfstan- . dige rol in de Europeesche staatkunde te spelen. Inmiddels waren in 1501 de steden Bazel en Scliaffhausen als nieuwe leden tot den Bond toegetreden en in 1513 volgde Appenzell, dat zich reeds vroeger met eenige leden van den Bond vereenigd had. Tot aan het einde der 18de eeuw bestond het Zwitsersche Eedgenootschap uit 13 leden of kantons, zooals zij later door Frankrijk werden genoemd. Daarenboven waren een aantal naburige steden en heeren met enkele of met alle kantons verbonden zonder eigenlijk leden van den Bond te wezen. Deze bijkomende elementen, tien in getal, namen een ongelijke positie in. Sommige werden alleen met enkele leden van het Eedgenootschap verbonden, zooals Genève, Neucliatel en de bisschop van Bazel, andere namen een lageren rang onder de Eedgenooten in, doordat zij bijv. niet geregeld op de vergaderingen konden verschijnen, zooals de vorstelijke abt van St. Gallen en de steden St. Gallen, Mülhausen, Biel, en Rottweil in Wiirttemberg, terwijl de band met Grauwbunden en Wallis zoo los was, dat zij bijna zelfstandige staten vormden. Bijna elk lid van het Eedgenootschap had door aankoop of verovering eenig gebied onder zijn heerschappij gekregen. Daarenboven waren er onderdanen, die gedeeltelijk aan verschillende kantons bij afwisseling onderworpen waren en den naam droegen van gemeenschappelijke heerlijkheden. Hiertoe behoorden: Lugano, Locarno, Mendrisio, Val Maggia, Thurgau, Reintal, Sargans, Gaster, Uznach, Baden, de Vrije Ambten, Schwarzenburg, Murten, Grandson, Orbe-Echallens, Bellinzona, Riviera en Blegno. Dikwijls vormden deze gemeenschappelijke bezittingen in het vervolg den eenigen band, die de kantons samenhield.

Grooten invloed op de toestanden in Zwitserland had de Hervorming. In denzelfden tijd als I/uther te Wittenburg trad Zwingli te Zurich als Hervormer op (1619). Zijn werkzaamheden strekten zich echter, behalve op godsdienstig gebied, ook op het gebied van de staatkunde uit. Hij verzette zich vooral tegen het aannemen van jaargelden voor de levering van soldaten en tegen die levering zelf, wat hij door een algemeen verbod wilde tegengaan. Dit ondervond veel tegenkanting in de kantons Uri, Schwyz, Unterwalden, Luzern en Zug, waar deze levering een aanzienlijke bron van inkomsten vormde. In verband daarmee vond ook de godsdienstige hervorming in deze kantons weinig ingang,terwijl zij zich daarentegen in de overige streken snel uitbreidde.Tengevolge van de godsdienstige twistgesprekken te Bern (1528) nam dit kanton de Hervorming aan, Bazel, Schaffhausen, St.Gallen volgden en in Appenzell, Glarus en Grauwbunden werd de godsdientsvrijheid afgekondigd. Daar de 5 Katholieke kantons hun numeriek overwicht in het bestuur van de gemeenschappelijke heerlijkheden gebruikten om aldaar de Hervorming tegen te gaan, had Zwingli reeds eerder getracht een

reorganisatie van het Eedgenootschap te bewerken, waardoor Zurich en Bern, die tezamen met hun bezittingen a/> van den Boncl vormden, een soort hegemonie zouden verkrijgen. Naar het voorbeeld van een verdrag tusschen Zurich en Konstanz (25 December 1527) kwamen een aantal andere verdragen tot stand,waarvan het resultaat was, dat een afzonderlijke Hervormde bond tusschen Zurich, Bern, St. Gallen, Biel, Mülhausen, Bazel en Schaffliausen werd gesloten, waarop de Katholieke kantons zich aansloten bij Wallis en Ferdinand van Oostenrijk (22 April 1529). Een korte, onbloedige strijd eindigde met den Eersten Landvrede van Kappel (26 Juni 1529), waarbij het Katholieke verbond werd opgeheven en bepaald werd, dat in de gemeenschappelijke heerlijkheden de beslissing in godsdienstige geschillen aan de gemeenten zou worden overgelaten. Toen echter de vredesbepalingen door de Hervormden zoo werden opgevat, dat de Katholieke kantons ook in hun gebied de vrije prediking zouden toestaan, kwamen deze in verzet, zoodat er een nieuwe botsing ontstond. De Katholieken trokken met 8000 man naar Kappel op en behaalden aldaar een overwinning op de Zurichers, die in allerijl een legertje hadden verzameld. In dezen slag sneuvelde Zwingli (11 October 1531). Na een tweede overwinning aan den Gubel bij Zug (24 October) kwam de Tweede Vrede van Kappel tot stand (20 November 1531), waarbij de Hervormden hun verbond ophieven. De Hervorming breidde zich voorloopig niet verder uit. Zwitserland bleef kerkelijk verdeeld in het Katholieke gebied van de 5 kantons, Wallis, de Vrije Ambten en de Italiaansche voogdijschappen met Freiburg en Solothurn, de paritetische landen Glarus, Appenzell, Baden, Thurgau, St. Gallen, Rheintal en Grauwbunden en de Hervormde kantons Zuricli, Bern, Bazel en Schaffliausen. Alleen in West-Zwitserland kreeg de Hervorming meer invloed. Genève, dat om zijn vrijheid tegen den hertog vanSavoye te verdedigen, in 1526 een verbond met Bern en Freiburg had gesloten, werd door Farel voor de Hervorming gewonnen. Toen de stad in 1536 door den adel van Savoye werd bedreigd, werd zij door Bern ontzet, dat tegelijkertijd Waadt, Gex, Genevois en Chablais aan Savoye ontnam. Vervolgens trad Calvijn te Genève op en maakte deze stad tot liet middelpunt van een Europeesche godsdienstgemeenschap. Bij het verdrag van Lausanne (30 October 1564) kreeg de hertog van Savoye Gex, Genevois en Chablais terug, doch deed voorgoed afstand van \\ aadt. Alle pogingen, die Savoye in vereeniging met de Katholieke kantons deed, om weder in bezit van l Genève te komen, waren tevergeefs, zoo o.a. de l escalade van den 228ten December 1602. Met groote ■ strengheid streefden Hervormden zoowel als Katho-

• lieken er naar in hun kantons de godsdiensteenheid 1 door te voeren. De Katholieken trachtten o.a. door i het opnemen van de Jezuïten (1574), het benoemen

- van een vasten nuntius (1586) en het sluiten van den s Gouden of Borromeïschen Bond tusschen de 5 kan) tons, Freiburg en Solothurn (1586), waarbij deze

- beloofden, desnoods met de wapenen, het oude geï loof te handhaven, het Katholicisme uit te breiden.

- Het Eedgenootschap was feitelijk ontbonden, de c Katholieke leden hielden hun vergaderingen te Lu3 zern, de Hervormden te Aarau. In 1587 sloten 6

* Katholieke plaatsen een verbond met Philips II ï van Spanje, in 1597 leidde de godsdiensthaat tot

Sluiten