Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ier, Steindorff, Rubensohn enz. verrichtte in Egypte in hoofdzaak oudheidkundige studiën. CalassanliMolinsky hield zich in het Hogargebied in de Sahara met taalkundige onderzoekingen bezig, de geoloog R. Chudeau onderzocht de streek tusschen Air en Sinder. In het bijzonder waren twee tochten dwars door de Sahara van belang: Laperrine doorkruiste, van Tocat naar Taodeni trekkend, gedurende een tocht van 3000 km., een groot stuk van een onbekend gebied, Hans Bischer bereikte van uit Tripolis over Moerzoek en het weinig bekende landschap Tibesti het Tsaad-Meer. Maquardsen publiceerde een samenvatting van het werk van de Fransch-Engelsch-Duitsche grenscommissie aan het TsaadMeer, waarbij J. Tilho een kaart ontwierp. Lenfant verzamelde materiaal in den Franschen Kongo in verband met het aanleggen van een nieuwen verkeersweg van de Sanga naar de Logone. PoulettWeatherley trok in den Kongostaat rondom het Bangweolo-Meer, dat een cirkelvormige gedaante met een middellijn van 60 km. bleek te bezitten. Belangrijk was ook de expeditie van prins Luigi van Italië, hertog der Abruzzen, die den 18den Juni in het vulkaangebied van den Roewenzori den hoogsten top beklom, nadat een poging van Freshfield was mislukt. InDuitsch O. Afrika verrichtte K. Weule in het landschap Massassi ethnografische onderzoekingen, terwijl F. Jager den vulkanischen toestand in het gebied van de Groote Vallei in O. Afrika bestudeerde. In Z. Afrika deed O. Harding nasporingen in het onbekende brongebied van de Zambesi, welks bovenloop hij in kaart bracht.

Het jaar 19 0 7 bracht het einde van een tocht van F. Seiner van de Victoria-watervallen naar Duitsch Z. W. Afrika. In het gebied van de Zambesi was ook R. Williams werkzaam, terwijl K. Hassert het terrein om het Kameroengebergte onderzocht. In Aequatoriaal Afrika ondernam de hertog van Mecklenburg, Adolf Frederik, vergezeld door Duitsche onderzoekers, een expeditie, welke van Boekoba over het Kiwoe-Meer en door het gebied van de Roewenzori naar dat van den Kongo-Oebangi voerde. Lenfantwijdde in den Franschen Kongozijn krachten met vrucht aan de oplossing van het Ooeahme(Bahr Sara) vraagstuk. Frobenius begon een onderzoek in het gebied van de Niger-bocht, Grntóï stelde, op grond van een geologisch onderzoek, een voortzetting van den Marokkijnschen Atlas naar Algerië vast, terwijl Larras de karteering van de W. kust van Marokko, door Dye begonnen, voortzette.

In 19 0 8 leidde het detail-onderzoek, dat ook in Afrika meer en meer op den voorgrond treedt, in opdracht van het Carnegie-Instituut in Z.-Afrika tot een begin van een magnetisch onderzoek door BratUe. Langzamerhand N.waarts schrijdend, is het de bedoeling, dat zijn werk aan de waarnemingen der Engelsclie regeering zal aansluiten, terwijl Morrison met hetzelfde doel aan de W. en O. kust waarnemingen deed. Aanvullend materiaal zullen ongetwijfeld de astronomisch-magnetische waarnemingen, welke Vilatte op last van de Fransche regeering in de Midden-Sahara ondernam, leveren. De andere onderzoekingen hielden meestal verband met het koloniaal bezit van de Europeesche mogendheden. Een Fransch-Liberische grenscommissie onder Richaud en Naber (later Moret) was (1809—1909) werkzaam aan de gemeenschappelijke grens, een FranschDuitsche onder Fouru en von Seefried aan de grens

Dahome-Togoland. Een Fransch-Engelsche commissie onder Tilho werkte aan het Tsaad-Meer; na afloop van deze werkzaamheden verkenden de Franschen nog het gebied tot Egei en Bodele en dat van den Bahr-el-Gazal en van het Fitri-Meer.Een tweede Fransch-Engelsche commissie nam (1908-1909) de streek van de Koenene tot de Zambesi voor haar rekening. R. G. T. Bright leidde in dit en in het voorafgaande jaar de Engelsche opmetingen aan de grens van het Oeganda-protectoraat en den Kongostaat. De onderzoekingen, vanwege de Britsche regeering in 1904 in de centrale provincie van Z. Nigerië naar tin en petroleum ondernomen, werden voltooid. M. Moisel werkte aan de karteering van Kameroen. H. Hubert publiceerde een geologische kaart van Dahomé, waarop een gneis-, glimmer- en talkleigebied in het Z. van het diabaas en gabbro in het N. is gescheiden.

In 19 0 9 trok K. Kumm, de secretaris van de Engelsche Soedan-commissie, van den Sjari door het dal van de Aukadebbe en over Darfor naar den Nijl. In omgekeerde richting is de graaf van Turijn, een broeder van den hertog der Abruzzen, van Italiaansch Somaliland, door Oeganda naar de Aroewimi en den Kongo getrokken. De Academie van Wetenschappen te Berlijn zond, onder leiding van H. Schilfer en H. Junker, een expeditie naar Nubië, welke in de winters van 1909 en 1910 de tempelgebouwen op het eiland Philae muur voor muur photografeerde (1600 opnamen).

Van de reizen in dit jaar in Afrika vermelden wij slechts de voornaamste. De tegenwoordig grootere toegankelijkheid van Afrika geeft, zooals bijv. in het geval van den voormaligen N. Amerikaanschen president Th. Roosevelt, aanleiding tot reizen, welke alleen of in hoofdzaak voor persoonlijk genoegen worden ondernomen.

In N. O. Afrika bezocht F. J. Bieber op een tweede reis de W.lijke Galla-landen en het gebied van den Sobat, waarbij de waterscheiding tusschen den Blauwen Nijl en den Harvasj werd vastgesteld, terwijl hij verder ethnografische onderzoekingen deed. A.M. Tancredi was werkzaam in Abessinië, kapitein Ferrari in Italiaansch Somali-land. Zijn onderzoekingen leidden tot het vaststellen van een doorbraak van den Dsjoeb (Joeba) naar zee en van de vorming van een nieuwe monding, beide het gevolg van een storm; hij stelde ook vast, dat de Wabi Sjebeli uitmondt in den Dsjoeb.

In de N.lijke kustlanden moeten vooral de onderzoekingen van de Franschen van uit hun bezittingen genoemd worden. E. Gallois trok van Algerië in de richting van Marokko, o. a. naar Oedsja, ter bestudeering van de spoorwegverbinding met Marokko. L. Gentil stelde in de Marokkijnsche provincie Sjauja een geologisch onderzoek in, terwijl Flamand in de Z.lijke territoria van Algerië geologische en hydrografische onderzoekingen deed en J. E. R. Bourgeois in de Algerijnsche Sahara kartografische opnamen verrichtte. Een tocht door de Sahara, gedeeltelijk ter begeleiding van Niéger, bracht kapitein Cortier naar het bijna onbewoonde gebied om het Ahaggarplateau, waar de hoogte van den berg Tosat op 2020 m. werd bepaald. Von Stein voltooide een reis van den Z.rand van de Sahara tusschen Jabassi en de Mbam-rivier. J. Tilko beëindigde zijn opmetingen aan het Tsaad-Meer, in 1907 begonnen, en ondernam van hier uit een expeditie door Egei en Toro en

XVI

41

Sluiten