Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dernam E. Obsl, gesteund door het Hamburgsch Aardrijkskundig Genootschap, een tocht met topografische, geologische en oeconomische bedoelingen. In het algemeen kan opgemerkt worden,dat de expedities welke een bepaald wetenschappelijk doel nastreven binnen de grenzen van een betrekkelijk niet zeer groot gebied, in aantal toenemen, terwijl de groote tochten zeldzamer worden. Haywood ondernam nog een tocht door de W.lijke Sahara in de richting Z.-N. Van Freetown in Siërra Leone vertrokken, kwam hij te Gao, trok over Insahla door de woestijn Adrar en bereikte onder groote ontberingen over Wargla en Toeggoert Biskra, het eindpunt van den Algerijnschen spoorweg. De boven reeds genoemde magnetische expeditie zette haar werkzaamheden voort langs de merenreeks, nadat voor Egypte het Survey-Departement zich met de uitvoering had belast. De Engelschman Bentley ondernam een tocht van uit Britsch Z.-Afrika N.waarts naar Kaïro per automobiel, die echter hoofdzakelijk uit een sportief oogpunt van belang was.

Van de meer speciale expedities noemen wij verder in de eerste plaats die van de Italiaansche archaeologen Halbherr en de Sanctis in Cyrenaica en Tripolis. Bijgestaan door Mei, Zaccari en Mizzi hebben zij in den omtrek van Benghasi, Tocra, Tolmeta, Merg enz. een reeks van goed geslaagde opgravingen verricht. M. J. C. Nieger deed van uit Tidikelt plaatsbepalingen in de grensgebieden van Z. Algerië, Z. Marokko en Tripolis, Cortier deed hetzelfde in het gebied van de Toearegs tusschen Toeat en den Niger, terwijl A. Cottes plaatsbepalingen verrichtte van uit de oase Aïr. oostwaarts over den karavaanweg Tripolis—Tsaad-Meer tot aan de grens van Tibesti, waarbij hij een bijna geheel onbezocht gebied betrad.

In W. Afrika voltooide A. Chevalier zijn in 1908 begonnen onderzoek van inlandsche cultuurgewassen, dat hem naar Fransch Guinea, het brongebied van den Niger, de Ivoorkust en naar Dahome voerde. J. Dubrouillet bezocht het gebied van de Ogowe en van haar zijrivieren; hij vervolgde den loop van de Mbomi, bepaalde de waterscheiding tusschen de Ogowe en de Ngoenié, benevens de afvloeiing van het Azingo-Meer door de Azingo en de Oronga naar de Ogowe. A. Chevalier vond, dat het landschap Lama in Dahome, vroeger bewoond door de Yoroeba, thans bijna geheel ontvolkt is en dat het terrein tusschen Abome en de Oeëme geen moerasgrond, maar golvend boschland is. In den W.lijken Soedan ondernam L. Frobenius een tocht naar het binnenland, voornamelijk voor ethnografische onderzoekingen in verband met het Atlantis-vraagstuk.

In N.-A f r i k a verrichtte de Zweedsche zendeling G. R. Sundslröm ethnografische, archaeologische en taalkundige studiën in Erythraea. C. Dante Odorrizzi bezocht Danakilland. Aan den anderen kant van Abessinië mat C. Citerni de grens met Italiaansch Somali-land op. F. Frusci ondernam een expeditie naar Erythraea met het oog op het hernieuwen van de oude handelsbetrekkingen van deze kolonie met Abessinië; daarnaast zal een proef genomen worden met den verbouw van katoen.

In O. Afrika werd Britsch O. Afrika door E. Lönnborg en A. Sjögren tot het doen van dierkundige nasporingen bezocht, terwijl O. K. Lindblom zich voor het verichten van ethnografische studiën bij hen voegde.

In Duitsch W. Afrika doortrok de ingenieur Tönnesen, vergezeld door den geoloog Halm en den landmeter Avrel het Kaoko-gebied van Otjiwarongo over Outjo langs de Hoanib en door Namib tot aan den Hoaroesib; bovendien werd de kust tot aan Kaap Frio onderzocht. Daarbij bleek het gebied, althans gedeeltelijk, voor runderteelt geschikt te zijn. Op de Kanarische Eilanden steldeL. F. Navarro trachiet als het oudste gesteente vast. Op Teneriffe had, nadat er reeds in 1909 een aërologisch observatorium was gevestigd, gedeeltelijk in aansluiting aan de waarnemingen van den doorgang der komeet van Halley door de aardatmosfeer, een onderzoek van het hooggebergte plaats.

In 1911 vertrok, onder leiding van de oriëntalisten O. C. Artbauer en Edler Kraft von Helmbacker, eenDuitsche expeditie, met het doel van uit Tripolis over Chadames Moerzoek te bereiken. Het lag in de bedoeling om gedurende een tocht naar Tibesti over Koeka aan het Tsaad-Meer naar Timboektoe te trekken, van waar men langs de route van O. Lenz Marokko of den Senegal zou trachten te bereiken. F. C. Selous deed, in opdracht van de regeering, in den Egyptischen Soedan dierkundige onderzoekingen. Meyer begaf zich in het voorjaar naar Duitsch O. Afrika om ten N. van het Kiwoe-Meer vulkanologische onderzoekingen aan de Viroenga-vulkanen te verrichten, waaraan zich oeconomische studiën in het Duitsch-Kogoleesch grensgebied, alsmede aan het Tanganjika- en het Nyassa-Meer aansluiten. P. Pageier ondernam een expeditie naar Oegogo met het oog op den aanleg van een spoorweg en het in cultuur brengen van dit gebied. E. F. Kirchstein begaf zich van Portugeesch O. Afrika over het Nyassaen het Tanganjika-Meer naar de centraal-Afrikaansche vallei, om deze met het oog op vulkanische onderzoekingen tot den Nijl te volgen. Naar Teneriffe begaf zich, gesteund door geleerden van verschillende Europeesche naties, een tweede astronomischaërologische expeditie.

Geschiedenis. Terwijl ook na het verdrag van den laten ju]i 1890 door het voorwaarts dringen van Frankrijk, Engeland en Duitschland de bezittoestand der verschillende koloniale mogendheden aan voortdurende schommelingen onderhevig was geweest, schenen door het verdrag van den 88ten April 1904 tusschen Engeland en Frankrijk, waarbij aan het eerste land Egypte, aan het tweede Marokko als belangensfeer werd toegewezen, voor geruimen tijd de verhoudingen in Afrika geregeld te zijn. Dit kon des te eerder verwacht worden, wijl ook de beide laatste republieken, Transvaal en Oranje-Vrijstaat, onder Engelands gezag gekomen waren en deze mogendheid tevens de vrije hand in den Egyptischen Soedan kreeg. Afgezien van Abessinië, Liberia, Marokko en een klein stukje aan de Benadirkust in O. Afrika, dat aan den Gekken Moellah moest worden prijsgegeven, is thans geheel Afrika onder een achttal Europeesche mogendheden verdeeld. Een overzicht van haar bezittingen geeft de tabel, bovenaan de volgende pagina geplaatst.

De verwachtingen, opgewekt door het verdrag van 1904, werden reeds ten deele te niet gedaan door den loop der gebeurtenissen in Marokko (zie aldaar), die van dat land een Fransch protectoraat maakten en afstand van gebied in Fransch Kongo aan Duitschland ten gevolge hadden, maar in nog hoogere mate door het optreden van Italië, dat in den

Sluiten