Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I I

STATEN. j Oppervlak- j Bevolking

j te in v. km. j in duizend-

j tallen.

| |

i i

Frankrijk | 10 214 700 | 28 462

Engeland | 5 685 300 | 33 000

België | 2 382 200 | 19 000

Duitschland | 2 362 200 | 11700

Portugal | 2 070 000 | 6 460

Turkije | 2 027 700 | 10 821

Italië | 510 000 | 680

Spanje | 212 730 | 301

I I

nacht van den 26sten op den 27sten September 1911 telegrafisch aan de Porte verzocht, om aan den toestand van wanorde en verwaarloozing in Tripolis en Barka een einde te maken. Een beweging tegen de Italiaansche onderdanen aldaar, uitgelokt door de overheid, maakte den toestand ernstig, waarop de Italiaansche regeering besloot tot een militaire bezetting van Tripolis en Barka, in de verwachting, dat Turkije daartegen niets zou vermogen. Binnen 24 uur werd op het ultimatum antwoord verzocht. Turkije's antwoord werd door Italië onvoldoende geacht, zoodat den 29sten September beide landen op voet van oorlog geraakten. Turkije riep, tot driemaal toe, tevergeefs de bemiddeling der mogendheden in, terwijl ook bleek, dat Italië van geen tusschenkomst wilde weten. Intusschen was Turkije ook door het dreigement van een actie der Italiaansche vloot in de Turksche wateren niet te bewegen om toe te geven, zelfs niet toen in Mei 1912 de Italiaansche vloot inderdaad in de Egeesche Zee handelend optrad. Van een wezenlijke inbezitneming van Tripolis en Barka door Italië is dan ook nog geen sprake. Alleen bij Tripolis is het ongeveer 16 k. m. ver landwaarts kunnen doordringen, op de overige bezette plaatsen aan de kust: Homs, Bengazi, Derna en Tobroek, heeft het nauwelijks ruimte om zich te roeren. Zie verder Tripolitaansche Oorlog (A).

Ag-assiz, Louis Jean Rodolphe, staat: werd geboren te Motier in Neuch&tel, lees: in Freiburg.

Ag-ropyrum is een plantengeslacht van de familie der Grassen (Gramineae), waarvan in het gematigde klimaat een 20tal soorten zeer veel voorkomen. Vroeger werden zij tot het geslacht Triticum gerekend. Een der meest verbreide soorten is Agropyrum repens, een op graanvelden zeer gevreesd onkruid, omdat het zoo moeilijk uit te roeien is. Van den anderen kant heeft het waarde als veevoeder en dient het tot bemesting.

Alererië. Zie Algiers.

Amerika. Ontdekkingsgeschiedenis. Reizen in de 20ste eeuw sedert 1903. A. Noor d-A m e r i k a. In Canada ondernamen Hubbard en Wallace, begeleid door een gids, in 1903 een reis naar Centraal-Labrador. Door de onherbergzaamheid van het land en het ontbreken van wild, had de gebrekkig uitgeruste expeditie een ongelukkigen afloop. Hubbard stierf van ontbering en Wallace dankte het behoud van zijn leven slechts aan een gelukkig toeval. In den zomer van 1905 brachten Wallace en Hubbard?s echtgenoote, door twee afzonderlijke expedities het onder¬

zoek van Labrador tot een goed einde. Van af de Hamilton Baai bereikte Wallace het groote Michikaman-Meer en zijn afwatering, de George River, welke hij tot aan de Ungavabaai volgde. Met hondensleden legde hij daarna den verderen tocht langs de kust tot New-Foundland af. A. P. Loioe bevoer in 1903 op den „Neptune" de Hudsonbaai. Hij kon met tamelijke zekerheid vaststellen, dat Coats Island en Bell Island één geheel vormen. In den zomer van 1906 bevoer Bernier op den „Arctic" de Baffin's Baai en den Lancaster Sont, waarbij hij de eilanden Griffith, Cornwallis, Bathurst enz. aandeed en hen voor Canada annexeerde. In opdracht van den Geological Survey of Canada voer Ch. Camsell de Stewart en Beaver River op, terwijl hij de Wind River volgde tot aan haar monding in de Peel River, waarna hij deze voorbij fort Macpherson onderzocht tot aan de delta van de Mackenzie en van daar tot aan de Porcupine River. O'Sullivan nam, in opdracht van hetzelfde instituut, in 1905 de kust van de Hudson Baai tusschen Port York en de mondingen van de Ilayes en den Severn op. W. H. Sherzer stelde een onderzoek in naar de gletschers van het Canadeesch Rotsgebergte, waarbij hij tot de slotsom kwam, dat de meeste aan het afnemen zijn. A. Bauer verrichtte, ondersteund door het Department of Terrestrial Magnetisme, in 1905 magnetische waarnemingen tusschen 42—47° N. Br. en 60—105° W. L. v. Gr. J. M. Bell stelde een onderzoek in naar de nuttige mineralen in het gebied van de Moose River, J. O. Millais onderzocht in 1905 het nog tameüjk onbekende oostelijke deel van New-Foundland, waar hij de bronnen van de Gander, benevens talrijke kleine meren vond. Tasker bereisde met zijn echtgenoote en 3 gidsen geheel Labrador van de Hudson- tot de Ungava Baai. E. F. Seton bevoer in 1907 twee toevoerrivieren van het Groote Slavenmeer, welke hij Earl Greys River en Laurier River noemde.

In Mexico bereisden de geologen Hill en Hovey in 1905 den W.lijken Siërra Madre en onderzochten den mineraalrijkdom van deze streek. Volgens het onderzoek van J. G. Aquilera zijn de gebergten aan de zijde van den Grooten Oceaan rijk aan edele metalen en koper, terwijl daarentegen in die aan de Atlantische zijde lood-, antimonium- en zinkertsen de overhand hebben. Het Observatorio Astronomico Nacional Mexicano zond twee expedities uit ter bestudeering van de magnetische verschijnselen, één naar het O. onder A. D. Covarrubias en één naar het W. onder Morens J. Anda. Daarnaast bestudeerde de Duitsche ethnoloog K. Th. Preusz in de jaren 1905— 1907 een aantal Indianenstammen in den Siërra Nevada, terwijl M. de Périgny, in opdracht van het Parijsche Aardrijkskundig Genootschap, in den winter van 1905—1906 Z. Mexico, vooral Yucatan, bereisde met archaeologische doeleinden.

K. Sapper zette in 1903 zijn vulkanologische studiën in Middel-Amerika voort. Met uitzondering van Guadeloupe werden alle vulkanische Kleine Antillen door hem bezocht. Daarnaast hield hij zich bezig met de studie der Middel-Amerikaansche Indianenstammen. T. W. Gann onderzocht de nieuw ontdekte ruïnen aan de Rio Grande in Britsch Honduras. In Costa Rica stelde C. V. Hartman op een reis met Lumholtz een onderzoek in naar de groote grafvelden van Chircot en Las Huacas, waarvan hij de resultaten in 1905 publiceerde. Aan den N. voet van den Turrialba vond hij oude, door oerwoud bedekte ne-

Sluiten