Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chisme. Den 268tcI1 December 1910 liet men (]e brandweerkazerne te Buenos Aires in de lucht vliegen. De daders werden niet ontdekt.

Arg-on (Grieksch = niet werkzaam) is een gasvormig bestanddeel van den dampkring, dat als rest overblijft, indien men de zuurstof der lucht door gloeiend koperoxied, het water en het koolzuur door phosphorzuuranhydried en natronkalk en de stikstof door gloeiend magnesium of lithium doet absorbeeren. Constant komt dit gas in den dampkring voor en wel 0,942%, en daar het inwater oplosbaar is, wordt het door den regen meegevoerd en komt in grootere hoeveelheid voor in rivier- en zeewater; ook in sommige minerale bronnen en in eenige mineralen wordt het aangetroffen. Argon is een kleur-en reukloos gas met een soortelijk gewicht van 1,376, kan tot een kleurlooze vloeistof verdicht worden, die bij —187° C. kookt; het smeltpunt ligt bij 189,5,° het atoomgewicht bedraagt 39,92, moleculair- en atoomgewicht zijn identiek.

Argon is scheikundig in hooge mate indifferent, reageert op geen enkele der gewone lichamen, wordt door gloeiend magnesium langzaam, doch slechts in zeer geringe hoeveelheid geabsorbeerd en verbindt zich onder den invloed van electrische ontladingen met benzol, kwikzilver, toluol, zwavelkoolstof enz. Het gas werd in 1895 door Rayleygh en Ramsay ontdekt.

Armenbijbel. Zie Biblia pauperum.

Arnim. Hans Georg, staat als sterfjaar 1614, lees 1641.

Asa foetida. Zie Duivelsdrek.

Aspirine (Acetylsalicylzuur), C9Hg04 of CH3CO. O.C6H4.CO,H, vormt kleine ,witte, naaldvormige kristallen, smaakt zwak zuur, lost moeilijk op in koud water, gemakkelijker in warm water enalkoliol, smelt bij 128° C. en wordt door koken met natronloog in zijn bestanddeelen ontleed. Het vindt in de geneeskunde toepassing bij jicht en rheumatische aandoeningen, hoofdpijn, ischias enz. Daar het de maag zoo goed als onveranderd weer verlaat en eerst in de alkalische darmsappen ontleed wordt, heeft het geen invloed op den eetlust; nochtans wordt het door sommige personen slechts verdragen.

Australië. Ontdekkingsreizen. Hedley en Taylor stelden in 1906 een onderzoek in naar den geologischen bouw en de verdeeling van het leven van het Groote Barriere-rif. In den zomer van 1908—1909 ondernam Sidney Weston een ontdekkingsreis naar N. W. Australië. Tusschen 20° en 22° Z. Br. en 129° —130° O. L. v. Gr. vond hij een schraal, waterarm gebied met een gemiddelde hoogte van 400 m.; sporen van go:id werden bijna niet aangetroffen, het aantal inboorlingen was gering. In Juli 1910 vertrok een expeditie onder E. Mjöberg om in het Kimberleydistrict een onderzoek te doen naar de mineralen, alsmede naar de planten- en dierenwereld. Playford en Holtze bezochten het eiland Bathurst voor Port Darwin, dat zij voor bewoning geschikt oordeelden. De Australische geoloog Canning was, vooral sedert 1906, gedurende een 9-tal jaren onafgebroken bezig om voor de N.-lijke districten van W. Australië de veeteelt mogelijk te maken. Ondanks vele moeilijkheden, werd een onafgebroken keten van drenkplaatsen gedeeltelijk opgespoord, gedeeltelijk kunstmatig ingericht, waardoor aldus een veetransportweg dwars door het vasteland naar de Z.W.lijke districten werd geschapen. Gibson stelde een nauw¬

keuriger geologisch onderzoek in van den weg, waarlangs een ontworpen trans-continentale-spoorweg van W.-Australië over Eucla naar Z.-Australië, de reis van Londen naar Adelaïde met 2—3 dagen zou verkorten. De resultaten waren evenwel niet bemoedigend. In een groot gedeelte van het gebied, dat de spoorweg zou doorsnijden, ontbreekt water, waardoor het vermoedelijk den spoorweg niet voldoende zal kunnen voeden. A. R. Brovm ondernam een tocht om de maatschappelijke en godsdienstige instellingen van de inboorlingen van W.-Australië te bestudeeren.

Geschiedenis. Nadat in Januari 1902 onder den eersten gouverneur-generaal, Earl of Hopetoun,die in 1902 ontslag nam wegens onvoldoend salaris, 1000 man als Australisch contingent in den Boeren-Oorlog naar Z.-Afrika gezonden waren, werd in Juli 1903 een wet aangenomen, waarin Australië zich verbond om voor den tijd van 10 jaar £ 200 000 jaarlijks bij te dragen in de kosten van het Australisch marine-station. Einde October 1903 werd het eerste bondsparlement gesloten. De nieuwe verkiezingen brachten in December aan de Arbeiderspartij in beide Huizen de meerderheid. In verband daarmede verving John C. Watson den 25sten April 1904 den conservatieven Alfred Deakin. Zijn wetsvoorstel omtrent de industriëele scheidsgerechten berokkende het Kabinet in het Huis van Afgevaardigden in Juli en Augustus echter zulke gevoelige nederlagen, dat de derde gouverneur-generaal, lord Henry Northcote, die in 1903 lord Hallam Tennyson was opgevolgd, in plaats van tot ontbinding van het parlement over te gaan, in Augustus 1904 den liberalen vrijhandelaar George Houston Reid met de vorming van een nieuw ministerie belastte. Maar ook dit nieuwe Kabinet kon zich, tegenover de vereenigde oppositie van Arbeiderspartij en Conservatieven, niet staande houden, zoodat in Juli 1905 Deakin weder aan het bewind kwam. Zijn ministerie beschikte echter evenmin over een meerderheid, ook niet na de ontbinding van den 12den October 1906, uitgelokt door een tariefwet, waarin van af 1907, voor Engelsche waren, op Engelsche schepen met blanke bemanning verscheept, gunstige uitzonderingsbepalingen gemaakt waren. Hoofdzaak bij de binnenlandsche staatkunde was de verbetering van den finantieelen toestand van het gemeenebest, terwijl ook het „gele gevaar" veelvuldig zijn invloed deed gelden.

In April 1908 werd Earl of Dudley gouverneurgeneraal. Nadat Deakiris Kabinet den 12den November was vervangen door dat van den leider der Arbeiderspartij, Andrew Fisher, bracht in het voorjaar van 1909 de imperialistische agitatie, een gevolg van de gespannen verhouding tusschen Engeland en Duitschland, waar de Arbeiderspartij koel tegenover stond, opnieuw de voorstanders van beschermende rechten aan het bewind. Den2den Juni 1909 trad Deakin voor de derde maal op als minister-president. Reeds in September diende het ministerie een omvangrijk wetsontwerp omtrent de landsverdediging in, dat ongeveer £ 4 millioen bestemde voor den bouw van oorlogsschepen ten behoeve van het moederland. Intusschen brachten de verkiezingen van den 13den April 1910 in het Hooger- en het Lagerhuis aan de Arbeiderspartij een meerderheid, zoodat Fisher opnieuw met de vorming van een Kabinet werd belast. Door zijn bezonnenheid, zijn belangrijke maatregelen en ingrijpende, sociale her-

Sluiten