Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B.

Bank. Rijksverzekerings. Zie Rijksverzekeringsbank.

Bantam. De verwijzing naar de plaat moet vervallen.

Barnando. lees: Barnardo.

Batikken. De verwijzing naar de plaat moet vervallen.

Bayle, Pierre, staat kol. 2 regel 24 v. ond: 1804, lees: 1704.

Becquerelstralen., staat: X en I stralen, lees: a en y stralen.

Bedreigen. Zie Dreigen.

Bedwateren. Zie Enuresis.

Belegering-. Zie Beleg.

Belg ië. Ook na het besluit van de Kamer van den I7den Juli 1901 om voorloopig van een annexatie van den Kongostaat af te zien, was de Kongokwestie niet van de baan. Om het buitenland elk voorwendsel tot ingrijpen te ontnemen, sprak de Kamer den 8sten Juli 1903 met 91 tegen 35 stemmen vertrouwen uit in de regeering en den koning wegens de „moreele en voortschrijdende ontwikkeling van den Kongostaat". Daarentegen richtte Groot-Brittannië tot alle staten, welke bij de Kogoconferentie vertegenwoordigd waren geweest, den 8s,en Augustus daaropvolgend een nota, waarin betoogd werd, dat de behandeling van de inboorlingen van den Kongostaat en de daar gevolgde kroonland- en monopofiestaatkunde in strijd waren met den geest van het Kongotractaat en met de handelsbelangen van de daarbij betrokken staten. Daar het bestuur van den Kongostaat de bezwaren van Engeland gedeeltelijk als juist moest erkennen, werd erin 1904 een internationale commissie van onderzoek uitgezonden. Na haar terugkeer (1905) bracht zij een rapport over het inboorlingenvraagstuk uit, waarin zij tevens voorstellen deed om de door haar vastgestelde misbruiken te ondervangen. In de Belgische volksvertegenwoordiging werd in verband daarmede van af 1906 steeds meer de meening geuit, dat de tijd gekomen was, om, onder zekere voorwaarden, den Kongostaat met alle lasten en lusten over te nemen. Den 14<ien December 1906 nam zij dan ook met 128 tegen 2 stemmen een motie van orde aan, waarin der regeering verzocht werd om zoo spoedig mogelijk met desbetreffende voorstellen te komen. Deze werden in het begin van 1907 ingediend. Nadat zij reeds door een bijzondere parlementaire commissie, tegen den wil van den koning en de regeering, in verschillende hoofdzaken waren gewijzigd, bleek bij de behandeling in een gewone commissie, waartoe den 3den December was besloten, dat de meerderheid van de volksvertegenwoordiging voor een annexatie in den voorgestelden vorm niet was te vinden, terwijl van den anderen kant Leopold II verklaarde, dat het voortbestaan van de kroondomeinen in den Kongostaat niet mocht worden aangetast. Een binnenlandsche crisis werd slechts door het zwichten van den koning voorkomen. De nieuwe minister-president, Schollaert, bracht door zijn voorstel van den 5den Maart 1908 de volgende aanvullingen aan: België zou de kroondomeinen van den Kongostaat in eigendom ontvangen, maar daartegenover zekere jaar-

lijksche renten aan verschillende leden van het koningshuis uitkeeren. De bestaande Kongo-concessies moesten worden erkend, een fonds van 45 millioen francs zou worden gevormd tot voltooiing van bouwwerken door den koning te Laeken, Ostende enz. begonnen of ontworpen, terwijl gedurende een tijdvak van 15 jaar de regeering zou mogen beschikken over een bedrag van 50millioen francs tot verbetering van de toestanden in den Kongostaat. Nadat de Kongocommissie zich voor deze voorstellen verklaard had, werd het annexatieverdrag met de aanvullingen den 208ten Augustus door de Kamer en den 9dei1 September door den Senaat goedgekeurd.

Het 75-jarig jubileum van zijn staatkundige onafhankelijkheid vierde België in den zomer van 1905 door groote feestelijkheden. Den 4den November 1907 kwam te Brussel een Belgisch-Nederlandsche Commissie te samen om een inniger band in administratief en tarieftechnisch opzicht tusschen beide staten voor te bereiden, welke Commissie nog altijd werkzaam is.

De Kongostaat ging den 15den November 1908 voorgoed in het bezit van België over. De eerste koloniale begrooting van den nieuwen minister van Koloniën, Renkin, werd in December door de beide Kamers aangenomen. Daarbij oefende de socialistische afgevaardigde Emile tan der Velde op de toestanden in de kolonie scherpe kritiek uit. Hij eischte o. a. afschaffing van den gedwongen arbeid, regeling van het muntwezen, vrijheid van handel en nijverheid. Engeland liet herhaaldelijk te Brussel verklaren, dat het de annexatie alleen zou kunnen erkennen, nadat aan de misbruiken in den Kongostaat een einde was gekomen. Den 288ten October 1909 diende dan ook de regeering een omvangrijk koloniaal wetsontwerp in. Het beoogde de invoering van handelsvrijheid voor de inlandsche bevolking, vergemakkelijkte het verwerven van land, regelde het belastingstelsel, verminderde den gedwongen arbeid en stelde het oprichten van scholen in uitzicht. Op aanstichten van Engelsche geestelijken had den 19den November 1909 te Londen een groote protestvergadering tegen de „gruwelijke tyrannie" in het Kongogebied plaats. Zij eindigde met een resolutie ten gunste van de inmenging van Groot-Brittannië. Van uit België werd deze poging tot inmenging den 5den December beantwoord met een scherp protest door talrijke Belgische geleerden, staatkundigen enz. geteekend, terwijl Renkin er zich den 15den December bij de behandeling van de koloniale begrooting in de Kamer namens het ministerie tegen verzette.

Naast de koloniale kwestie bracht ook de legerhervorming de gemoederen in beweging. Den 248,,n November 1908 deelde de minister van Oorlog, Hellebaut, bij de beantwoording van een interpellatie aan de Kamer zijn voornemen tot het invoeren van den persoonlijken dienstplicht mede. Den 4den December werd met 78 tegen 70 stemmen een motie-Janson, welke een desbetreffend wetsvoorstelaan den minister vroeg, verworpen en den 24sten December het contingent voor 1909 bepaald op 13 300 man. Tevens werd een commissie aangewezen om een onderzoek in te stellen naar de mededeelingen van den minister om-

XVI

42

Sluiten