Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos ineen, terwijl voor een ander het aanraken van een wisselstroom van 1000, ja zelfs van 5000 Volt spanning zonder nadeelige gevolgen verloopt — moet worden verklaard uit het verschil in samentreffen van zekere persoonlijke en uitwendige voorwaarden; onder de laatste speelt vooral de beschermende weerstand, waarmede ieder individu meer of minder is toegerust, verder de geaardheid en eindelijk de lichamelijke en zielkundige toestand van het individu een beslissende rol. Zoo maakt het bijv. een buitengewoon groot verschil uit of iemand bewust, d. i. met opzet, of onbewust, d. i. toevalligerwijze, in aanraking met den stroom komt. Men mag wellicht aan deze plotselinge inbreuk op de psyche in zekere gevallen een beslissenden invloed op den noodlottigen afloop toekennen. Menig electrotechnicus heeft herhaaldelijk met opzet tamelijk hoog gespannen stroomen van 1000 en meer Volts zander nadeel aangeraakt; op zekeren dag komt hij onverhoeds in contact met een stroom van enkele honderden Volts of zelfs van minder spanning en verliest er het leven door. In dit opzicht is ook merkwaardig het opvallende verschil, dat bij een vergelijking van de electrische ongevallenpractijk met de waarnemingen bij de N.-Amerikaansche electrocuties aan den dag treedt. Bij de meer dan 30 executies, langs electrischen weg voltrokken, is het geen enkele maal gelukt om het leven zoo snel en prompt af te snijden, als het ontelbare malen in electriciteitswerken gebeurt. Zoo zijn bijv. weieens slapende monteurs, die met stroomgeleidende deelen van een groote dynamo in aanraking kwamen, wel wakker geschrokken tengevolge van brandachtige beschadigingen van de huid, maar overigens ongedeerd gebleven. In zulke gevallen komt n.1. de zoogenaamde psychogene component e der werking van den electrischen sterkstroom niet of zoo goed als niet tot uiting; de eventueele veranderingen in het organisme moeten worden geweten aan een tweede, de dynamogene component e. De voornaamste werking van de psychogene componente is als schokwerking bekend; de dynamogene componente, welke voornamelijk plaatselijke veranderingen bewerkt, d. i. daar waar de stroom binnen- en uittreedt, veroorzaakt ook veranderingen in de andere organen, waardoor de electriciteit haar weg heeft genomen; slechts een deel daarvan kan met onze tegenwoordige methoden van onderzoek worden aangetoond. Dit zijn voornamelijk veranderingen van het vaatstelsel en van het centrale en periphere zenuwstelsel. Daar deze veranderingen in de meeste gevallen geneesbaar zijn, beteren de klinische verschijnselen tamelijk snel. Alleen in uitzonderingsgevallen geven zij, op de basis van organische veranderingen, aanleiding tot het optreden van langer durende ziekteverschijnselen, zoogenaamde electrische naziekten, zooals bijv. ziekelijke aandoeningen van beenderen en gewrichten, voedingsstoornissen in de omgeving van de huid enz., welke echter slechts zelden tot zware ziekten leiden. In het algemeen geven de gevolgen van een ongeluk door electriciteit tot acute, maar ook zeer snel verdwijnende symptomen aanleiding; de getroffenen herstellen veelal spoedig en krijgen hun vroegere, volledige werkkracht weder terug.

Een niet gering percentage der ongevallen verloopt echter doodelijk. De dood door electriciteit is niet steeds van dezelfde verschijnselen vergezeld. Nu eens treden ademhalingsstoringen, dan weder hart-

storingen op' den voorgrond, somtijds ook bewustzijnsstoringen, gepaard met prikkel- en verlammingsverschijnselen. In verschillende andere gevallen schijnen trauma en dood gelijktijdig op te treden. Daartegenover staan dan weder die gevallen, waarin tusschen trauma en dood een periode van schijnbare ongedeerdheid intreedt: iemand wordt door den electrischen stroom getroffen; hij werkt, spreektenz. verder om eerst eenige uren daarna levenloos ineen te zakken.

Levenloos wil in dit verband den toestand aanduiden, waarin de opgetreden bewusteloosheid, stilstand van de ademhaling en de niet meer waarneembare pols nog kunnen worden verbeterd, wanneer slechts de eerste hulp tijdig en goed wordt verstrekt. In het andere geval gaat de toestand van schijndood spoedig in dien van werkelijken dood over. De allereerste hulp bestaat hierin, dat men den getroffene uit het stroomnet bevrijdt, waarbij de redder in ieder geval op eigen isolatie moet bedacht wezen. Is dit gebeurd en zijn ademhaling en hartslag nog niet geweken, dan moet, naast gemakkelijke ligging, gezorgd worden voor het toetreden van licht en lucht en voor rust. Vallen daarentegen ademhaling en hartslag niet meer waar te nemen, dan moet de getroffene horizontaal, doch met het hoofd een weinig hooger gelegd worden; de kleederen moeten losgemaakt en voor toetreding van licht en lucht gezorgd worden. Daarna dient, onder de noodige voorzorgen, de kunstmatige ademhaling toegepast te worden, afgewisseld door hartmassage. Verdere hulpmiddelen bestaan in het wrijven van de huid, het borstelen van de voetzolen, het irrigeeren van ijswater in den dikken darm enz. Indruppeling van vloeistoffen, als koffie, thee, cognac enz. moet in ieder geval vermeden worden, terwijl zoo snel mogelijk een arts dient te worden ontboden. Deze kan een venae-sectie of een lumbalpunctie beproeven, daar het veelal tot sterke verhooging van den bloeddruk en van den druk in de hersen- en ruggemergvloeistof komt. In gevallen, waarin alle middelen falen, kan toepassing van den sterkstroom, waaraan het ongeval is te danken, overwogen worden. In ieder geval moeten de pogingen tot hulp, vooral de goed toegepaste, daaronder in het bijzonder de kunstmatige ademhaling, uren lang worden voortgezet. Zoolang er symptomen zijn, welke wijzen op gevaar voor de organen, die in de eerste plaats voor het leven van belang zijn, kan van de behandeling der vitwendige, plaatselijke verwondingen geheel worden afgezien. Uitgezonderd zijn natuurlijk bloedingen en dergelijke verschijnselen. Overigens gaathet gewoonlijk om brandwonden of eigenaardige, zoogenaamd specifiek electrische huidveranderingen. De eerste danken haar ontstaan aan de warmtewerking van den stroom en gelijken in haar verloop op gewone brandwonden.

Een afzonderlijke plaats nemen echter de specifiek electrische huidveranderingen in. Deze huidwonden, veroorzaakt door de innige aanraking met geleidende metalen, zijn meestal grauwgeel gekleurd, voelenhard aan, hebben geen reactieve roodkleuring van haar omgeving en zijn volkomen pijnloos. Het genezingsproces verloopt gewoonlijk zonder koorts en ettering, met glad, zacht litteeken. Tot deze soort van wonden behoort ook het impraegneeren van de buitenste laag van de opperhuid met fijn inetaalstof. Door de hitte van den electrischen lichtboog, welke zich bijv. bij kortsluitingen vormt, wordt metaal

Sluiten