Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieve meerderheid in twee partijen. De eene, de kleinste, wilde de begrooting onder protest aannemen; de grootste, waartoe vooral de aanhangers van een tariefhervorming behoorden, echter wilde haar verwerpen. Den 16den November verklaarde lord Lansdovme, dat hij bij de tweede lezing een voorstel zou doen,waarbij het Hoogerhuis verklaarde, dathetzich niet gerechtigd achtte om deze begrooting aan te nemen, voor het land er over had kunnen oordeelen. Het voorstel-Lansdowne werd den 30sten November met 350 tegen 75 stemmen aangenomen, zoodat Engeland geen wettig tot stand gekomen begrooting bezat. Het Lagerhuis verklaarde in antwoord daarop den 2den December met 349 tegen 134 stemmen dit besluit in strijd met de grondwet, en de regeering kondigde de ontbinding van het Lagerhuis aan, welke den 10den Januari 1910 plaats had.

In den verkiezingsstrijd wees de regeering op de doelmatigheid van haar financiëele voorstellen en op de noodzakelijkheid van den strijd tegen het vetorecht van de lords, die aan een liberale regeering met eenliberale meerderheid hetregeerenonmogelijkkonden maken. De conservatieven en vooral de vleugel, welke Chamberlain aanvoerde, gebruikten de tariefhervorming als verkiezingsleuze, terwijl zij daarnaast vooral op het Duitsche gevaar in verband met de zoogenaamde veronachtzaming van de vloot wezen. De verkiezingen waren voor de liberalen minder ongunstig dan de conservatieven, aangemoedigd door hun succes bij vorige tusschentijdsche verkiezingen, hadden gehoopt. Aan den anderen kant waren zij minder gunstig dan de liberalen verwachtten. Gekozen werden 275 liberalen, 40 leden van de Arbeiderspartij, 82 Iersche nationalisten, waarvan echter een tiental, onder leiding van W. O'Brien, zich tegen de regeering verklaarden, en verder 273 liberale en conservatieve unionisten. Het lot van de regeering lag dus in de handen van de Ieren en van de Arbeiderspartij.

Den 15den Februari kwam het nieuwe parlement bijeen. De troonrede van den 218ten Februari bracht omtrent de plannen van de regeering weinig klaarheid. Bij de adresdebatten bleek echter, dat althans een gedeelte van de regeering de begrootingskwestie vóór die over het vetorecht had willen schuiven. De houding van de Ieren en van de Arbeiderspartij dwong haar echter om dit laatste twistpunt voorop te plaatsen. Enkele voorloopige beslissingen, om in den geldnood te voorzien, werden genomen en den 2isten Maart deelde Asquith aan het Lagerhuis een drietal resoluties mede, waarmede de strijd tegen de lords werd geopend. De eerste stelde voor om aan het Hoogerhuis bij de wet het recht van amendement voor financiëele wetsvoorstellen te ontnemen, de tweede had betrekking op het tot kracht van wet worden van koninklijke besluiten en de derde bepaalde den zittingsduur van het Lagerhuis op 5 jaar. De beraadslagingen begonnen den 298ten Maart inhet Lagerhuis; den 14del1 April werden de resolutiën met een meerderheid van ongeveer 100 stemmen aangenomen. Bij het slot van de discussies verklaarde Asquith, dat, mochten de lords de resoluties niet aannemen, de regeering aan de kroon voorstellen zou doen omtrent de maatregelen, welke alsdan genomen dienden te worden. De begrooting, w&araan terugwerkende kracht was gegeven, werd daarna reeds den 278ten April met 324 tegen 231 stemmen in het Lagerhuis en den volgenden dag in het Hoogerhuis,

dat van zijn tegenstand had afgezien, aangenomen. De zittingen werden verdaagd tot den 26sten Mei. In dien tusschentijd overleed echter den 6den Mei Eduard Vil. Den 7den Mei werd de prins van Wales als George V tot koning uitgeroepen. Naar oud gebruik kwamen op dienzelfden dag de beide huizen van het Parlement bijeen om den koning trouw te zweren. Toen het parlement den 7de" Juni weder samenkwam, om de gewone dagorde verder af te werken, bleek spoedig dat er bij de leidende persoonlijkheden uit de beide groote partijen weinig lust bestond om den strijd over het vetorecht in de eerste maanden te beslechten. Alleen de Ieren en de Arbeiderspartij waren voor spoedige afdoening. Om tijd te winnen, kwam Asquith met Baljour overeen, dat er eerst een aantal conferenties zouden worden gehouden om overeenstemming tusschen enkele partijleiders te bereiken. Ondertusschen werden een aantal wetgevende maatregelen, noodig geworden door de wisseling van het regeerend hoofd, behandeld. Den 2den Augustus werd het Huis tot den 15den November verdaagd. De conferenties tusschen de partijleiders eindigden, na 21 zittingen, den 10den November, zonder dat overeenstemming was bereikt. De Ieren drongen echter, vooral na een propaganda-reis van hun leider Redmond door Canada, aan op het nemen van een beslissing. Den 18den November verklaarde Asquith in het Lagerhuis, dat de regeering van plan was om in Januari 1911 nogmaals dit Huis te ontbinden, ten einde een zuivere uitspraak van het volk mogelijk te maken. Inmiddels waren den vorigen dag in het Hoogerhuis de besprekingen over een door lord Rosebery ingediend voorstel tot hervorming van het Huis begonnen. Ofschoon aangenomen, had het voorstel geen gevolg. Den 218ten November begonnen daarop de discussies over het veto-wetsontwerp van de regeering.Na drie dagen eindigden zij met het aannemen van een reso\tttie-Lantdoume, waarin werd uitgesproken, dat de lords bij ontwerpen van zuiver finantieëlen aard van het recht van verwerping wilden afstand doen. Bij andere ontwerpen zou, wanneer na herhaalde behandeling in twee op elkander volgende zittingen beide Huizen een afwijkende beslissing namen, in een vereenigde zitting beslist worden; belangrijke wetten zouden echter bij verschil van meening aan het referendum van de kiezers worden onderworpen. Inmiddels behandelde het Lagerhuis de begrooting en enkele andere dringende zaken, waarop het den 28s,en November werd ontbonden.

De verkiezingen, welke tusschen den 2den en den 19den December vielen, brachten geen verandering in de verhouding van de partijen. De liberalen verloren 2 zetels, de Arbeiderspartij en de Ieren wonnen er twee. Alleen had de regeering door de belofte van een beperkt Iersch zelfbestuur kans gezien om de Ieren voor haar staatkunde te winnen. Den 318<cn Januari 1911 kwam het nieuwe parlement bijeen. Bij de adresdebatten bleek de aanwezigheid van een krachtige, ministerieele meerderheid. Den 21sten Februari diende de regeering de parlements- of vetowet onveranderd in. De 900 amendementen, welke voor de tweede lezing waren ingediend, wees de regeering af, zoodat het ontwerp den 15den Mei in derde lezing met 362 tegen 241 stemmen door het Lagerhuis werd aangenomen. Denzelfden dag begonnen in het Hoogerhuis de besprekingen over een ontwerp van wet, ingediend door lord Lansdowne op de

Sluiten