Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de hulp van Simon de orde, waarop laatstgenoemde in December 1908 tot president werd benoemd. In het midden van December 1910 verliet de oude rustverstoorder Antenor Firmin, toenmaals Haïtisch gezant te Londen, eigenmachtig zijn post. Hij scheepte zich den 19den December van Bordeaux in naar St. Thomas, omdat hem de toegang tot de republiek was ontzegd. Toch gelukte het hem om met behulp van verschillende generaals: Millionard, Chapuset, Leconte en Codio, een revolutie op touw te zetten. Naar het scheen, werd zij aanvankelijk onderdrukt. Verscheidene aanvoerders van de opstandelingen werden door de regeeringstroepen doodgeschoten en Guanaminth en Le Frou, de hoofdstellingen van de revolutionnairen, in staat van beleg verklaard. Het schrikbewind van Simon nam daarna echter zulke afmetingen aan, dat de Vereenigde Staten er zich over bezwaarden. Intusschen brak de opstand, welke in Maart gedempt scheen, in N.-Haïti weder in zulk een omvang uit, dat de Vereenigde Staten terstond de kanonneerboot „Petrel" en later in het geheel nog 4 andere oorlogsschepen naar Haïti zonden om de Amerikaansche belangen te beschermen. Den 19den Juli namen de opstandelingen Cap Haïtiën in, versloegen eenige keeren de regeeringstroepen en deden daardoor den opstand ook naar het Z. overslaan. In het begin van Augustus gaf de regeering, om plundering van de volledig ingesloten hoofdstad te voorkomen, den tegenstand op. Den 2den Augustus deed Simon afstand van de regeering. Hij vluchtte op een Amerikaansch oorlogsschip en daarop naar Kingston (Jamaica). Het leger der opstandelingen benoemde Leconte tot voorloopig hoofd van de uitvoerende macht. Zijn eerste regeeringsdaad bestond hierin, dat hij zijn mededinger,Firmin, het landen verbood, waarna hij den 14den Augustus tot president benoemd werd. Alleen de Vereenigde Staten erkenden Leconte, ofschoon zij, evenals Frankrijk hun oorlogsschepen in de wateren van Haïti hielden, tot de staatsschulden zouden zijn betaald.

Hall, Jacob Nicolaas van, is niet de schrijver der „Europeesche Brieven "van Fantasio, maar deze zijn van Busken Huet.

Hansjacob, Heinrich, staat: geboren te Hanslach, lees: Haslach.

Hardenbroek. Zie Wulven.

Heilige Schrift. Zie Bijbel.

Hepar, staat: zie zwavelverbindingen, lees: zie zwavellevers.

Hohenzollern, blz. 320 kol. 2. regel 29 v. boven, staat: Kareis vader, lees: Kareis broeder.

Honduras. Na de vlucht van Bonilla stelde de president van Nicaragua, Zelaya, een voorloopig bewind aan over Honduras met generaal Miguel R. Davilla als voorzitter. Hij sloot spoedig met Nicaragua vrede en liet zich daarop in Maart 1908 tot grondwettig president kiezen. Den 7den Juli brak, naar men zegt op aanstoken van Bonilla, een revolutie uit, welke drie weken later eindigde met het innemen van Choluteca door de opstandelingen. Daar Davilla den N.-Amerikaanschen consul het exequatuur had ontnomen, omdat hij de revolutie naar alle waarschijnlijkheid bevorderde, zonden de Vereenigde Staten een kruiser naar La Ceiba. In December

1909 braken in het N. van het land nieuwe onlusten uit. Zij werden weliswaar onderdrukt, maar in Maart

1910 moest de regeering de hulp van de Vereenigde

Staten inroepen om zich tegen het overslaan van de revolutie van uit Nicaragua te kunnen verzetten. Overigens is te vreezen dat het land ook finantieel van de Vereenigde Staten zal afhankelijk worden. Om het in staat te stellen om zijn buitenlandsche schuld te regelen, bood J. P. Morgan in het begin van 1911 een leening van 7 millioen dollar aan; 3 millioen daarvan zouden worden uitbetaald aan de Engelsche schuldbriefbezitters, 1,6 millioen zou dienen voor dekking en aflossing van de binnenlandsche schuld en de rest zou worden gebruikt voor havenaanleg te Puerto Cortez en voor het doortrekken van den Hondurasspoorweg tot Comayogna. Door het Congres werden deze voorstellen echter van de hand gewezen.

Hongarije. De positie van het Kabinet-We kerle werd voortdurend onzekerder. Ieder der drie tot een coalitie vereenigde regeeringspartijen had haar eigen programma behouden, wat aan den staatkundigen toestand een onoprechten trek gaf. De socialisten waren ontstemd, omdat de voorgestelde kiesrechthervorming, nadat eerst haar indiening herhaaldelijk was verschoven, in een commissie werd opgehouden omdat er geen vertrouwbare meerderheid voor was te vinden. Ook de nationalisten (Slowaken, Roemenen en Serviërs) traden meer aanvallend op om het wetsontwerp op de volksscholen van graaf Apponyi, dat een meer krachtige invoering van de Magyaarsche taal beoogde, tegen te werken. De verhouding met Oostenrijk werd gespannen door de kwestie van de uitbreiding en de aansluiting van de Dalmatische spoorwegen, door die van de staatsrechtelijke positie van Bosnië enz. Bovendien vereischten de mobilisatie tegen Servië en de schadeloosstelling aan Turkije groote uitgaven, terwijl handel en verkeer kwijnden. Aanleiding tot het uiteenspatten der coalitie was de eisch van de Justh-fractie in April 1909 gesteld, om van het begin van 1911 af een zelfstandige Hongaarsche bank te doen optreden. Kossuth en zijn partij verklaarden het plan wegens den korten termijn onuitvoerbaar. De ministers Wekerle en Andrdssy noemden, in overeenstemming met hun partijen, de oprichting gevaarlijk wegens de ongunstige conjunctuur van de wereldmarkt. Dit standpunt werd door de kroon gedeeld.

Het ministerie besloot, waar een vaste meerderheid blijkbaar ontbrak, den 25at,n April 1909 zijn ontslag in te dienen. Daar het echter onmogelijk was om uit de coalitie-partijen een homogeen Kabinet te vormen, eischte de kroon, dat het ministerie kiesrechthervorming zou tot stand brengen. Het Kabinet verklaarde zich daartoe evenwel niet bij machte. Een voorstel om een Kabinet uit de Onafhankelijkheidspartij onder Kossuth te vormen, wees de kroon van de hand (9 Juni); terwijl het plan voor een ministerie-Lukacs-Kossuth, waarin het voorzitterschap, het ministerie van Binnenlandsche Zaken en dat van Financiën door vertrouwensmannen van de Kroon, de andere portefeuilles door leden van de Onafhankelijkheidspartij zouden worden vervuld, door deze laatste werd afgewezen. Om tijd te winnen, werd het Kabinet in Juli opnieuw benoemd. Den 22sten September diende het echter, overeenkomstig zijn belofte, opnieuw zijn ontslag in. Den 11d'-'n November volgde de scheuring in de Onafhankelijkheidspartij, doordat 147 leden, de zoogenaamde Bankgroep, zich schaarden onder de leiding van den radicalen Justh, terwijl nog slechts 99 leden Kossuth

Sluiten