Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mer zelf. De netelige kwestie van de handelsmarine h zou door een voorloopige regeling voor 3 jaar uit de g wereld worden geholpen. Na korte debatten kreeg de a regeering den 31Bten April met overgroote meerder- e heid een motie van vertrouwen. In de winterzitting 1 hield de minister van Buitenlandsche Zaken, Giulia- e no, onder grooten bijval den 2aen December een rede i over de buitenlandsche staatkunde, waarin hij zich f met nadruk verzette tegen de pogingen der irreden- ^ tisten om de goede verstandhouding met Oostenrijk i te schokken. Nog grooter bijval vond een mededee- i ling van den minister van Financiën, dat het dienst- 1 jaar 1909—1910 een overschot van 51 millioen lire 1 had opgeleverd en dat voor 1910—1911 een over- : schot van 80 millioen verwacht werd. De kwestie 1 omtrent de subsidies van scheepvaartlijnen had het ; ministerie in 10 op zich zelf staande wetsontwerpen ] belichaamd. De gezamenlijke kosten werden op ruim 26 millioen lire geschat. Den 21sten December 1910 diende Luzzatti een omvangrijk wetsontwerp tot herziening van het kiesrecht in, welke een vermeerdering van het kiezerscorps van 3 op 4,5 millioen kiezers zou ten gevolge hebben. Het kiesrecht zou worden toegekend aan ieder, die lezen en schrijven kon. Om aan de conservatieve partijen tegemoet te komen, stelde hij tevens voor om kiesplicht in te voeren. Nadat nog den 3den Februari, naar aanleiding van de door de socialisten uitgelokte debatten over de duurte, de regeering een motie van vertrouwen met meer dan 150 stemmen meerderheid zag aangenomen, trof het des te meer, dat zij 6 weken daarna moest aftreden. Het wetsontwerp over de kiesrechthervorming was n.1. naar een commissie verwezen. Maar daar radicalen en socialisten vreesden, dat deze als kapstok zou dienst doen, stelden zij voor, haar voor het indienen van haar rapport aan een bepaalden termijn te binden. Wel werd dit voorstel, na bestrijding door de commissie en den minister, den 18den Maart verworpen, maar daar de tegenstemmers in grooten getale tot de radicalen behoorden, dienden de ministers Credaro en Sacchi hun ontslag in, waarop het geheele ministerie den 19"611 Maart ontslag vroeg. Giolitti trad nu voor de vierde maal als kabinetsformeerder op. Om zijn Kabinet zooveel mogelijk den steun van de linkerzijde te verzekeren, bood hij den sociaal-democraat Bissolati een zetel aan. Deze weigerde echter. Ten slotte verschilde het nieuwe ministerie alleen hierin van het voorgaande, dat Luzzatti en 3 meer rechts staande ministers door Giolitti en 3 anderen waren vervangen.

Intusschen waren den I4den Maart 1911, den dag, waarop voor 50 jaar Victor Emanuel 11 den titel van koning van Italië had aangenomen, de feesten ter herdenking van het 50-jarig bestaan van den Italiaanschen nationalen staat, begonnen. In verband daarmede werd den 318tel1 Maart te Rome een groote tentoonstelling geopend, den 4aen Juni gevolgd door de onthulling van het nationale gedenkteeken ter eere van koning Victor Emanuel. Ook te Florence en te Turijn werden tentoonstellingen gehouden. Het parlement, dat gedurende de minister-crisis was verdaagd, kwam den 6del1 April weder bijeen. Giolitti ontvouwde een rijk en zeer liberaal programma: een kiesrechthervorming, welke nagenoeg algemeen kiesrecht zou brengen en de invoering van ouderdomsen invaliditeitspensioenen voor arbeiders, waarvan de kosten zouden gevonden worden door staatsexploitatie van de levensverzekeringen, vormden er de

hoofdpunten van. Een motie van vertrouwen, de begrooting en enkele kleinere wetsontwerpen werden achtereenvolgens zonder moeite aangenomen. Toen echter den 6den Juni minister Nitti het ontwerp op het levensverzekeringsmonopolie indiende, vond het een niet voorzienen tegenstand, welken ook door het inmiddels ingediende kiesrechtontwerp niet tot zwijgen gebracht kon worden. Tallooze amendementen werden ingediend en Giolitti moest er ten slotte genoegen mee nemen, dat den 8sten Juli de artikelsgewij ze behandeling werd verschoven tot de herfstzitting. Gedurende het reces drongen echter de gebeurtenissen in de buitenlandsche staatkunde deze zaken geheel op den achtergrond. Toen het in de tweede helft van Augustus scheen, dat Frankrijk, als resultaat van de onderhandelingen met Duitschland, het protectoraat over Marokko, en Duitschland daarvoor een schadeloosstelling in CentraalAfrika zou krijgen, begon Italië, daarin optredende als de vertegenwoordiger van enkele bankinstellingen, zijnerzijds naar een compensatie in Tripolis uit te zien. Reeds in 1900 had Italië met Frankrijk een overeenkomst gesloten, waarbij het een recht van voorkeur op deze Turksche provincie verwierf. Deze overeenkomst was op het einde van 1901 bekend geworden en ook weder hernieuwd; aangenomen mocht dus worden, dat Engeland, welks Egyptische belangen bij de overeenkomst rechtstreeks of zijdelings waren betrokken, haar goedkeurde. Nu was de verhouding tusschen Italië en Turkije in de laatste jaren voortdurend slechter geworden. Reeds sedert 1908 klaagde Italië over de onrechtmatige en willekeurige behandeling van zijn onderdanen door de overheid in Tripolis. In de tweede helft van September nam Italië uitgebreide militaire maatregelen te land en ter zee, om daarna in den nacht van den 26ste° op den 27stel1 September de Porte telegrafisch op de volstrekte noodzakelijkheid te wijzen, om aan den „toestand van wanorde en veronachtzaming in Tripolis en Barka" een einde te maken. De Italiaansche regeering was besloten om over te gaan tot de militaire bezetting van de genoemde landstreken en hoopte, dat Turkije daartegen geen verzet zou biei den. Binnen 24 uur werd op dit ultimatum antwoord verwacht.

Het antwoord, waarin Turkije de grieven van Italië weerlegde, werd onvoldoende bevonden, waarop Italië den 29sten September Turkije den oorlog ver! klaarde. Tevens verklaarde Italië aan de mogend. heden, dat het geen oorlog in den eigenlijken zin van , het woord zou zijn, daar de actie zich zou beperken i tot de Afrikaansche kust en de status quo op den : Balkan gehandhaafd zou blijven. Een driemaal her■ haald beroep van de Porte op de mogendheden bleef 1 zonder uitwerking. Ten slotte bleek, dat men te Roi me van geen tusschenkomst weten wilde. Men stelde r zich op het standpunt, dat Turkije als overwonnene r om den vrede moest vragen. Evenwel deed het zulks ï niet, evenmin als het bezweek voor het dreigement t van een actie van de Italiaansche vloot in de Turks sche wateren. Wel werden door de Italiaansche rei geering de provincies Tripolis en Barka ingelijfd bij i Italië, maar tot een feitelijke bezetting is het nog

- steeds niet gekomen. Alleen bij Tripoli kan het 16

- km. landinwaarts dringen, terwijl het zich op de i overige kustplaatsen nauwelijks kan roeren. Zie ver-

- der Tripolitaansche Oorlog.

Sluiten