Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mercurius, Venus, de Zon, Mars, Jupiter en Saturnus bewogen. Saturnus nu was heer van het eerste uur van den eersten dag van de Egyptische week, Jupiter van het tweede enz., zoodat de Maan heer was van het zevende. Dan was dus Saturnus weder heer van het achtste, van het vijftiende en van het tweeëntwintigste uur, Jupiter van het drie- en Mars van het vierentwintigste uur. De Zon was dus heer van het eerste uur van den tweeden dag, den Zondag. Gaat men aldus voort, dan krijgt men de namen van de 7 dagen der week, zooals zij zich bij de Romeinen hadden ingeburgerd en zooals zij nog, behoudens dien van Zondag, in alle Latijnsche landen en, met vervanging veelal door de overeenkomstige Germaansche godennamen, in alle Germaansche landen worden gevonden.

Bij het opstellen van den kalender voor een bepaald jaar, komt het er in de eerste plaats op aan te weten met welken dag dat jaar begon. Daartoe duidt men de eerste 7 dagen van het jaar aan met de letters A tot G en zet deze aanduiding van de dagen van het jaar voort door telkens de reeks van deze 7 letters te herhalen. Aldus krijgt niet alleen de lste Januari, maar eveneens de 8ste, lBde, 22ste en 29ste Januari, de 5de, 12de enz. Februari enz. de letter A; hetzelfde geldt voor de letter B enz. Het jaar wordt daardoor, evenals door de verdeeling in weken, verdeeld in perioden van 7 dagen. Om tusschen deze beide verdeelingen verband te leggen, geeft men voor elk jaar de letter aan, waarop de Zondag valt; men noemt haar Zondagsletter. Is zij A, dan begint het jaar met een Zondag, is zij B, dan begint het met een Zaterdag, daar dan immers de tweede dag van het jaar een Zondag is, enz. Kent men de Zondagsletter van een jaar, dan kan men door berekening de namen der dagen van de verschillende data vinden. Daar nu een gewoon jaar uit 365 = 52 X 7+ 1 dagen bestaat, hebben de eerste en de laatste dag beide de letter A. Daaruit volgt, dat na een gewoon jaar de Zondagsletter een plaats in de rij van 7 terugschuift. Waren er geen schrikkeljaren, dan zou na telkens 7 jaar de rij van de Zondagsletters in dezelfde volgorde terugkeeren. Een schrikkeljaar heeft echter 366 = 52 X 7+2 dagen, waardoor na een schrikkeljaar de Zondagsletter twee plaatsen zou terugschuiven. Begint het met Maandag en is dus de Zondagsletter G, dan eindigt het met Dinsdag; het volgend jaar begint dus met Woensdag, zijn Zondagsletter zou E zijn, welke ten aanzien van G twee plaatsen is'te'ruggeschoven. Om dit te voorkomen, geeft men, evenals in den Juliaanschen kalender de schrikkeldag, 24 Februari, op dezelfde wijze werd aangeduid als 25 Februari, ook hier aan den 248ten Februari dezelfde letter als aan den 25sten. Daardoor krijgen alle dagen na den 26sten Februari dezelfde letter, die zij zouden hebben als het jaar geen schrikkeljaar was.Daar echter de 248te Februari toch een weekdag is, schuift in een schrikkeljaar de Zondagsletter daarna opnieuw een plaats terug. Begint een schrikkeljaar bijv. met Maandag, dan is zijn Zondagsletter G. 19 Februari is eveneens een Maandag en heeft dus de letter A, 20 Februari is een Dinsdag en heeft de letter B enz., 24 Februari is een Zaterdag en heeft de letter F en 25 Februari is een Zondag en heeft, op grond van het boven aangevoerde eveneens de letter F. Voor de rest van het jaar is dus de Zondagsletter F. Daar dus nu het schrikkeljaar de Zondagsletters GF heeft, is er geen letter in het alfabet overgesprongen.

Door deze inrichting keert eerst na een reeks van 4 X 7 = 28 jaar dezelfde opeenvolging van Zondagsletters terug, zooals uit de volgende tabel moge blijken;

Het 7 ^

jaar begint met Zondags-

J letter is

1901 Dinsdag F

1902 Woensdag E

1903 Donderdag D

1904 Vrijdag CB

1905 Zondag A

1906 Maandag G

1907 Dinsdag F

1908 Woensdag E D

1909 Vrijdag C

1910 Zaterdag B

1911 Zondag A

1912 Maandag G F

1913 Woensdag E

1914 Donderdag D

1915 Vrijdag C

1916 Zaterdag BA

1917 Maandag G

1918 Dinsdag F

1919 Woensdag E

1920 Donderdag D C

1921 Zaterdag B

1922 Zondag A

1923 Maandag G

1924 Dinsdag FE

1925 Donderdag D

1926 Vrijdag C

1927 Zaterdag B

1928 | Zondag A^G

Zulk een reeks van 28 jaar heet een zonnecirkel. Ofschoon het begin daarvan willekeurig is, heeft men er een schrikkeljaar, dat met een Maandag begon voor genomen. Telt men terug, dan vindt men, dat in het jaar 9 v. Chr. zulk een zonnecirkel is begonnen. Om te weten, het hoeveelste jaar een bepaald jaar J in den correspondeerenden zonnecirkel is, vermeerdert men J met 9 en deelt de som door 28. Het quotiënt geeft aan, hoeveel zonnecirkels er na 9 v. Chr. zijn verloopen, de rest het hoeveelste jaar het jaar J van den loopenden zonnecirkel is. Is de rest 0, dan vervangt men haar door 28. Men noemt haar den zonnecirkel van het betreffende jaar, aldus het woord zonnecirkel in 2 verschillende beteekenissen gebruikend. Kent men den zonnecirkel van een jaar, dan vindt men zijn Zondagsletter door te bedenken, dat het eerste jaar van'de reeks van 28, waarvan het deel uitmaakt, een schrikkeljaar was, dat met een Maandag begon, welks Zondagsletter dus G F was. Om zich het uittellen te besparen, kan men gebruik maken van onderstaande tabel, waarin voor elk jaar van een volledigen zonnecirkel de Zondagsletters zijn opgenomen:

Sluiten