Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de directe rijksbelastingen van beider onderdanen, ter voorkoming van dubbele heffingen. In Februari 1911 maakte zich in Luxemburg vrij plotseling een staatkundige strooming kenbaar, welke beoogde het land aan den overweldigenden invloed van DuitschJand te onttrekken. Zij richtte zich vooreerst op het vervangen van het Duitsch als ambtelijke taal door het Fransch. Een van haar woordvoerders in de Kamer eischt dan ook de publicatie van ambtelijke beslissingen enz. in beide talen en drong aan op de ver¬

betering van het Fransche taalonderwijs op de scholen. Bij de Kamerverkiezingen van midden Juni 1911 verloren de socialisten een mandaat aan de liberalen, die er op hun beurt 3 aan de clericalen moesten afstaan. Den 258ten Februari 1912 overleedgroothertog Willem, waarop zijn echtgenoote het regentschap bleef waarnemen, totdat hun dochter Maria Adelheid den 14den Juni meerderjarig werd en de regeering aanvaarde.

M.

Maizena, staat: zie Maïs, lees: zie Zetmeel.

Mangaanstaal, staat: zie Mangaanlegeeringen, lees: zie IJzerlegeeringen.

Marokko. De moeilijkheden in het Rif-gebied begonnen in het voorjaar van 1909. Aanleiding daartoe was het bouwen van een spoorweg, ter lengte van 40 km., van Melilla Z.-waarts naar de mijnen van Desoela. Een Spaansche maatschappij had de mijndistricten van Boe-Hamara verworven, welke transactie echter door de stammen Beni Boe-Ifroer en andere[niet werd erkend. In verband daarmede verzetten zij zich tegen den aanleg van den spoorweg. Diplomatieke onderhandelingen tusschenhetMaghzen, dat de onderneming als in strijd met de Acte van Algeciras verklaarde, en den Spaanschen gezant, Merry del Val, bleven zonder gevolg. In het begin van Mei begonnen daarop de vijandelijkheden, waarop Spanje zich door de versterking van het garnizoen te Melilla'reeds had voorbereid. De bezetting van de landstreek Marcluca, ten Z. van Melilla, door de Spanjaarden onder generaal Marina, gaf aanleiding tot het prediken van den heiligen oorlog in alle steden en dorpen van de Rifioten. Vooral in het laatste derde gedeelte van Juli kwam het tot bloedige'gevechten, waarin ook de Spanjaarden belangrijke verlieten leden, zóó zelfs, dat van af den 248ten alle berichten van het oorlogsterrein door de censuur sterk besnoeid werden, een tijdlang zelfs slechts ambtelijke berichten mochten worden gepubliceerd. Den 27sten Juli braken de Kabylen den mijnspoorweg op, waardoor de verzorging van de voorposten met levensmiddelen en munitie onmogelijk werd. Onder de muren van Melilla werd verder gestreden en ook bij Alhoecemas en Penon de Velez de la Gomera kwam het tot gevechten. De Spaansche regeering zag zich herhaaldelijk genoopt om Marina versterkingen te zenden, ofschoon het, ten gevolge van de ongunstige berichten, bij de inscheping voortdurend tot rustverstoringen en in de provincie Barcelona tot een bloedigen opstand kwam. Teekenend voor den toestand was het, dat vele officieren ontslag namen. Ten slotte beschikte Marina over omstreeks 60 000 man troepen, terwijl ook het Spaansche eskader onophoudelijk hun actie ondersteunde. De sultan protesteerde herhaaldelijk tegen het optreden van de Spanjaarden, verzocht den -strijd te doen staken en beloofde zelf de rust te zullen herstellen. Toen dat

alles niet hielp, richtte hij den 208ten September een nota tot het corps diplomatique te Tanger, waarin hij aandrong op de tusschenkomst der mogendheden ten einde de onaantastbaarheid van Marokko te waarborgen en aan het bloedvergieten een einde te maken. De Spaansche regeering echter verklaarde, dat het voor haar slechts ging om een tuchtigingsexpeditie, noodig geworden door de aanvallen op de voorbereidende werkzaamheden van een op wettige wijze tot stand gekomen spoorweg, en welke alleen de pacificatie van de omgeving van Melilla ten doel had. Het corps diplomatique antwoordde daarop aan Marokko, dat het niet bereid was om in dit conflict, dat alleen Spanje en Marokko aanging, tusschenbeide te komen.

Inmiddels was de positie van de Spanjaarden, dank zij hun groote troepenmacht, verbeterd. Den 5den Augustus waren zij er in geslaagd om het vernielde gedeelte van den spoorweg te herstellen. Den 228te» Augustus moesten de Kabylen hun hoofdsteunpunt, het Goeroegoe-gebergte, ontruimen, dat den 29stetl Augustus door de Spanjaarden werd bezet. Hun militaire posten strekten zich nu zonder onderbreking van Kaap Negri tot aan Kaap Agoea uit. In het begin van September liepen hun stellingen van Melilla tot aan de Fransche grens in het O. en Z.waarts tot aan het gebied van de Kebdana. Den 27sten September namen zij Seloean, den l8,en October de hoogte van Beni Ensar, den 88ten October het schiereiland Tres Forcas, waar zij aanstonds met den bouw van een vuurtoren begonnen en den 10den October werd het doortrekken van den mijnspoorweg van Atalajon naar Nador ter hand genomen. Toen dan ook den 29aten October het liberale ministerie-Moret het Kabinet-Maura in Spanje opvolgde, verklaarde het, den veldtocht als in hoofdzaak geëindigd te beschouwen. De stellingen, welke Spanje het bezit van Melilla, Marchica en Tres Forcas verzekerden, zouden behouden blijven, voor het overige zou alleen het begonnen werk ten einde worden gebracht. Nadat door het innemen en versterken van den berg Atlaten (28 November) aan de andere Spaansche posities de beheersching van het operatieterrein was verzekerd en ongeveer gelijktijdig de meeste Kabylen-stammen hun onderwerping hadden aangeboden, werd begonnen met het terugzenden van de troepen. Den 12den Januari 1910

Sluiten