Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een wet (Bouwwet), waardoor voor den bouw van bijzondere scholen een aanzienlijk subsidie werd toegestaan. Den 10den April overhandigden de dagelijksche besturen van den Vrijzinnig-Democratischen Bond Jen het Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond op eene audiëntie aan H. M. de koningin een adres voor algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen, bevattende 27 421 namen van mannen en 9397 van vrouwen. Den 7den Mei trad de minister van Marine Wentholt uithetministerie.toenhet wetsontwerp tot aanbouw van een pantserschip van 7000 ton voor de verdediging van Nederlandsch-Indië verworpen werd, waarop de portefeuille van Marine tijdelijk met die van Oorlog vereenigd werd. Toen de Bakkerswet eindelijk in behandeling kwam, werd zij na langdurige beraadslagingen den 5aen Juni 1912 met 49 tegen 43 stemmen door de Tweede Kamer verworpen. De langdurige beraadslagingen over de Ziektewet eindigden in deze zitting nog niet.

Nicaragua. Zie Centraal-Amerika (A).

Niersteen. Zie Pisbezinksel

Nieuwe Testament. Zie Bijbel

Nieuw-Guinea. Ontdekkingsreizen. In N e d e randsch Nieuw-Guinea werd in 1904 door een expeditie, uitgezonden vanwege het Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, de eerste poging gedaan om het Sneeuwgebergte, d.i. het hooge, met sneeuw bedekte centrale bergstelsel te bereiken. De Etna-Baai werd als uitgangspunt gekozen, maar de expeditie, welke onder leiding van de Rochemont in het binnenland doordrong, ondervond op het moerassige terrein zooveel moeilijkheden, en de gezondheidstoestand werd zóó slecht, dat tot den terugtocht moest worden besloten, vóór het doel van den tocht was bereikt. In April 1905 poogde Meijjes om langs de Digoelrivier het onbekende binnenland te bereiken. Een defect van de scheepsmachine dwong hem echter terug te keeren; de rivier evenwel werd een groot eind stroomopwaarts bevaren en opgenomen. De monding van de meer N. lijke Jar werd bepaald op 1200 m. Een tweede, groote rivier, de Ykema, was ruim 1500 m., een derde 800 m. breed. De 200-600 m. breede Oetoemboewe werd 30 zeemijlen stroomopwaarts bevaren. In 1907 slaagde H. A. Lorentz er in om van af de Oost-Baai en langs de Noord-rivier het Hellwiggebergte, een voorketen van het centrale gebergte, te bereiken en het tot 2320 m. hoogte te beklimmen. Een expeditie onder Goossen en Daam, waarbij zich ook Brandenhorst en Heldring hadden gevoegd, onderzocht in 1907-1908 het Z.O. lijk gedeelte van het land; kapitein L. Weber nam met het exploratiedetachement in 1908 het achterland van Merauke op en publiceerde daarvan een kaart. Te zamen met B. L. H. Hellwig bezocht hij het gebied van den Boven-Digoel en van de Idaba. In 1909 drong H. A. Lorentz op een tweede expeditie eindelijk als eerste blanke tot in het Sneeuwgebergte door, terwijl kapitein Mikkelsen het stroomgebied van de Mamberamo opnam en E. Prait het Arfakgebergte bezocht. De Zwitser H. Hirschi vertoefde in 1906-1908 in het N. W. van Nederlandsch Nieuw-Guinea. Op verschillende reizen bezocht hij het Kapaoer-schiereiland, de landengte van Karawan, alsmede de Triton- en de Argoeni-Baai. Tusschen de Sara en de Kaitro vond hij aan de Z. kust van de Mac CluerGolf petroleum. Tot vaststelling der grens tusschen Nederlandsch en Duitsch-Nieuw-Guinea werd in

1910 een groote expeditie naar het grensgebied uitgezonden. Merkwaardig was vooral in Zuid-Guinea de ontdekking van dwergvolken, alsook van stammen, die nog in het steenen tijdvak leven. In Brits'ch Nieuw-Guinea trok in 1901 een expeditie naar de delta van de Aird-rivier. Een tweede onderzocht den Mount Mac Gregor in de Goropoe-keten, terwijl ook het rivierstelsel van de Moesa en het brongebied van de Koemoesi bestudeerd werden. In 1904 was een ethnografische expeditie onder Daniels werkzaam in het gebied van de Bensbach River en op de eilanden ten O. van de Z.O.lijke punt van Nieuw-Guinea. Het Torodorp Tiwi aan den Bensbach en het clanwezen enz. aan de St. Joseph River werden bestudeerd, terwijl de eilanden Moejoea, Toebe-Toebe, de Alcester- en de Marshall Bennet-eilanden werden onderzocht. Op Moejoea bereikt de scheepsbouwkunst der Papoea's haar hoogtepunt. De eilanden van de Marshall Bennet-groep, bijv. Gawa, Kwaiawata en Jwa, moeten worden beschouwd als omhoog gerezen atollen, in wier voormalige lagunen de dorpen liggen. Ook op het vasteland van Nieuw-Guinea, vooral bij Kaap Vogel, werd omhoog gestuwde koraalkalk gevonden, in het gebergte bij de AwaiamaBaai tot een hoogte van 600 m. De zendeling Brownlow ontdekte in het distrikt Doboe een nieuwen Papoeastam ter sterkte van ongeveer 20.000 zielen. Iedere familie bezit haar eigen land, dat niet mag worden vervreemd. Vrouwen en mannen hebben gescheiden eigendom; de eerste bezitten den broodwortel-, de laatsten den bananenoogst. Moncton bereikte in 1906 den 4035 m. lioogen Mount'Albert Edward. In 1907 trok hij dwars door het eiland van de Maria-rivier tot aan de Lakekamoe. In hetzelfde gebied deed F. R. Barton kartografische opnamen. In 1909 werd een expeditie onder W. Goodfellow vergezeld, door Wollaston, Stalker, Shortridge, Rawiing en Marshall uitgezonden om een planten dierkundig onderzoek in te stellen inhetLouisCharles-gebergte en tevens de streek in kaart te brengen. W. W. Strong ondernam een aantal reizen in het N.W. van uit Port Moresby; hij bereisde het binnenland tot aan den Mount Yule.

In Duitsch Nieuw-Guinea ondernamen P. J. Reiber en P. St. Richarz in 1907 een geologische ontdekkingstocht door het Torricelligebergte. In 1908 werd de keizerin Augusta-rivier voor het eerst sedert 1887 weder bevaren. W. C. Dammköhler trok in 1907-1908 dwars door het schiereiland tusschen de Huon-Golf en Friedrich-Wilhelmshafen. Het Schouten-eiland, voor de N. kust van Duitsch Nieuw-Guinea gelegen, werd uit een ethnologiscli en economisch oogpunt nader onderzocht bij gelegenheid van een strafexpeditie, in 1907 tegen de bewoners van de eilanden Karsam en Moesjoe ondernomen. Een expeditie ponder Schlechter onderzocht in 1908-1909 het N. lijk woudgebied in de richting van het Bismarck-gebergte tot een hoogte van 700 m. met het oog op rubberboomen, terwijl Hayl in 1908 een reis naar de Ramoe-rivier met hetzelfde doel ondernam. In 1909 trok een exploratie-expeditie van den Markham over de Ramoerivier en langs het Krathe- en Bismarck-gebergte naar het Finisterre-gebergte, vanwaar zij FriedrichWilhelmshafen bereikte; zij leverde belangrijk ethnografisch materiaal. Bij gelegenheid van de grensregeling met Engeland in 1909, deed Stolle voorna-

Sluiten