Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. Konow op. Het werd den 28Bten Februari uitgebreid met een portefeuille voor Landbouw. Als eerste minister van Landbouw tradMe'directeur van de landbouwschool, Holtsmark op. In Mei kwam een besluit tot uitbreiding van het gemeentelijk kiesrecht voor vrouwen tot stand. Haar aantal werd daardoor op meer dan 200 000 gebracht. Tevens echter had dit besluit den 7den Juni tiet uittreden van den conservatieven minister van Handel, Arctander, die den koning goedkeuring van de wet had ontraden, tengevolge. Overigens bracht het ministerie enkele hoofdpunten van zijn programma zonder groote moeilijkheden tot stand. Een grootsch plan voor de uitbreiding van het Noorsche spoorwegnet werd aangenomen en een buitengewoon crediet van 4,5 millioen rijksmark voor marine-uitgaven en voor vestingwerken werd den 23eten Juli met 60 stemmen meerderheid aangenomen. Een voorstel van de oppositie, om het koninklijk recht van verzet in grondwettelijke vraagstukken op te heffen, werd den 2ö8ten Juli, den laatsten dag van de zitting, met 64 tegen 56 stemmen verworpen. Toch bleven ook dit ministerie de moeilijkheden niet bespaard. De conservatieven vormden 2/, van de regeeringscoalitie. Zij hadden hun succes bij de Storthing-verkiezingen van 1909 voor een niet gering gedeelte hieraan te danken, dat zij met beslistheid voor het behoud vanhetDeensch als rijkstaal waren opgekomen, zoodat zij dan ook de houding van den minister-president Konow en van den minister van Eeredienst Qvigstad, die niet bereid waren om het Noorsch als onderwijsvak op de middelbare scholen te schrappen, afkeurden. Daarnaast vroeg het vraagstuk van de landsverdediging, met name van een versterking der marine van de kust, de aandacht. Een commissie uit het Storthing ontwikkelde een plan voor den bouw van 8 kustpantserschepen, 40 torpedojagers, 12 onderzeeërs, 4 kanonneerbooten enz. Een credietaanvrage van de regeering van 3.2 millioen rijkskronen voor de versterking van de marine werd, evenals een voor den aanleg van stations voor radiotelegrafie op Spitsbergen en bij Hammerfest aangenomen (27 April en 3 Mei 1911). De voorstellen over

zelfpensionneering van beambten en tot toelating van de vrouw tot alle ambten, met uitzondering van ministeriëele, diplomatieke en consulaire posten, trok ook buiten Noorwegen de aandacht. Den 17<lea Maart nam de eerste vrouw in het Noorsche parlement zitting. Den Uien Mei werd besloten tot een leening van 60 millioen rijkskronen voor de uitbreiding van het spoorwegnet. Een voorstel om, met afschaffing van den kiesrecht-census, aan de vrouwen op dezelfde voorwaarden als de mannen het actief en passief kiesrecht voor hetStorthing te verleenen, verwierf echter niet de grondwettige meerderheid van */, der uitgebrachte stemmen (10 Augustus). Eveneens werden den 14dcn Augustus verworpen een tweetal voorstellen der radicalen, waarvan het eene beoogde om den koning het recht van opening en ontbinding van het Storthing te ontnemen, terwijl het andere handelde over het opheffen van het koninklijk vetorecht in grondwetskwesties, een voorstel, dat reeds in 1910 aan de orde was geweest. Een wetsvoorstel omtrent het recht om waterloopen tot vermeerdering van industrieel arbeidsvermogen te normaliseeren, werd eerst na lange discussies en belangrijk gewijzigd aangenomen.

Op economisch terrein stond de uitsluiting van ruim 36 000 arbeiders in Juli op den voorgrond. De Vereeniging van Werkgevers had de Centrale der vakorganisaties gesommeerd om een staking van mijnwerkers, welke reeds geruimen tijdfduurde, te doen eindigen. Toen daaraan niet werd voldaan, volgde den 22sten Juni de uitsluiting. Herhaalde bemiddelingspogingen van den minister-president en van anderen hadden geen gevolg. Toen benoemde het Storthing den 25stcn Juli een commissie, welke tot taak had voorstellen te doen omtrent het vaststellen van regels voor bemiddeling of scheidsrechterlijke uitspraak in arbeidsgeschillen. Enkele weken daarna kwam door de bemoeiing van den voorzitter van het Storthing Halvorsen en van den socialistischen partijleider Eriksen een vergelijk tusschen de beide strijdende partijen tot stand, zoodat den 25sten Augustus het werk weder werd hervat.

O.

Oerdieren. Zie Prolozoa.

Oostenrijk. Nadat door wijziging van het reglement van orde de obstructie uit den weg was geruimd, kon het Huis van Afgevaardigden verder gaan met de beraadslagingen over de oorspronkelijke agenda. Zonder verdere moeilijkheden werd een voorloopige begrooting voor een tijdvak van 6 maanden aangenomen, kwam een wet omtrent machtiging tot het aangaan van handelsverdragen tot stand, evenals een wet omtrent schadeloosstelling wegens het gebruik van vee gedurende den tijd van de legermobilisatie. Vlak voor Kerstmis werd het Huis verdaagd.

De oppositie echter, welke hier was bedwongen,

herleefde in de Landdagen. Besprekingen tusschen Duitschers en Czechen om den Boheemschen Landdag te vrijwaren voor de obstructie van de eerstebleven zonder gevolg. De Landdag, bijeengeroepen den 3den Februari 1910, moest reeds 6 dagen later worden verdaagd. Op denzelfden dag moestjdit wegens de obstructie van de Slovenen gebeuren met den Stiermarkschen Landdag. In den Dalmatischen Landdag bemoeilijkte de obstructie van de Kroaten de werkzaamheden. Onder deze omstandigheden kwam het Huis van Afgevaardigden den 24sten Februari opnieuw bijeen. Een aantal wetsontwerpen, waaronder de begrooting, werd, zij het niet zonder moeilijkheden, aangenomen. Bij de behandeling in

Sluiten