Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paraguay werd in het laatste decennium onophoudelijke door partijtwisten geteisterd. De colorado's (rooden), waartoe de radicalen behooren en de Manco's {witten), tegenwoordig ook civico's geheeten, die zich liberaal noemen, stonden, zonder dat één van beide kanten ook maar een vast en karakteristiek programma bezat, scherp tegenover elkander. President E. Aural werd den 9den Januari 1902 door de colorado's ten val gebracht. Omgekeerd dwongen de civico's onder generaal Benigno Ferreira, gesteund door Argentinië, in Augustus 1904 president Juan Ezcurra tot aftreden. Tot 1908 waren de civico's onder verschillende presidenten aan het roer, ten slotte onder Ferreira zelf. Hij werd echter door zijn eigen vice-president, E. Gonzalez Naveiro tot aftreden gedwongen. Een poging, in den zomer van 1909 ondernomen, om deze laatsten te verdringen mislukte, Op het einde van November kon na langen tijd de staat van beleg worden opgeheven en scheen er uitzicht te bestaan op meer geregelde toestanden, vooral ook, omdat de nieuwe president, Manuel Gondra, den 25sten September 1910 gekozen, evenals zijn plaatsvervanger, ■Jmn Gaona, als eerlijke personen bekend stonden. Hun bewind duurde echter niet lang. De minister van Oorlog, Albino Jara, dwong den president den 16den Januari 1911 tot aftreden, waarop hij reeds den volgenden dag met groote meerderheid door het Congres tot voorloopig president werd gekozen. Om zijn invloed niet door dien van de leden van het ministerie, vooral van den minister van Binnenlandsche Zaken, Adolfo Riquelme, te zien overvleugeld, vormde hij een nieuw Kabinet uit leden van de verschillende partijen, waarbij hij de keuze van op den voorgrond tredende personen vermeed. Riquelme begon echter aanstonds een opstand tegen den nieuwen dictator. Hij werd echter in het midden van Maart na een verwoed gevecht met de troepen van Jara bij Villa Rosario verslagen, bij welke gelegenheid hij zelf den dood vond en de andere hoofden van den opstand werden gevangen genomen. Voor het echter tot een definitieve presidentsverkiezing kwam, welke in Augustus was uitgeschreven, brak er opnieuw een revolutie uit. Jara beval n.L, toen er een samenzwering tegen zijn regeering was ontdekt, een gedeeltelijke ontbinding van het Congres, terwijl hij verschillende senatoren en afgevaardigden liet in hechtenis nemen. De officieren kwamen tegen den president in opstand, zetten hem gevangen en dwongen hem tot aftreden. De voorzitter van den Senaat, Liberato Rojas, werd tot voorloopige president benoemd. Met Para werd, om hem tijdelijk uit Paraguay te verwijderen, overeengekomen, dat hij van 1914-1918 het presidentschap zou bekleeden, op voorwaarde, dat hij op dat oogenblik als gezant van Paraguay te Berlijn zou optreden. Hij begaf zich echter niet naar zijn post, maar verdween in Augustus plotseling uit Buenos Aires waar hij tijdelijk verblijf hield. In Paraguay was men echter voor zijn invloed zoodanig bevreesd, dat de staat van beleg terstond weder werd afgekondigd, omdat men nieuwe pogingen tot revolutie van hem verwachtte. Deze vrees bleek gegrond te zijn, en spoedig brak de strijd opnieuw los, die met afwisselend geluk werd gevoerd tot Jara, na een reeks bloedige gevechten, den 12den Mei 1912 verslagen en gevangen genomen werd.

Parallax, lees: Parallaxis.

Perk, Marie Adrien, wordt ten onrechte vermeld als een broeder van Perk, Albertus.

Perk, Christina Elizabeth, is een zuster van Marie Adrien.

Peru. Ofschoon het uitbreken van den oorlog met Chili en Ecuador nog werd vermeden, zijn toch in den loop van 1910 twee ministeries over deze moeilijkheden gevallen. Aan de Columbiaansche grens braken eenige malen opstootjes uit, omdat Columbia, met Ecuador bevriend, zijn troepen onder Gambo Peruaansch grondgebied liet betreden. Een voorstel van de Vereenigde Staten, Brazilië en Argentinië, om het grensgebied aan de uitspraak van. het Haagsche scheidsgerecht te onderwerpen, nam Peru aan; Ecuador echter wees het af. De grensregelingen met Bolivia en Columbia verliepen daarentegen rustig.

In het binnenland bewerkte de partij der Pierolisten herhaalde onlusten. Op het einde van September werd te Cuzco een samenzwering ontdekt en in het midden van December braken zoowel in het N. als aan de Boliviaansche grens opstanden uit. De opstandelingen slaagden er zelfs in om, na een hardnekkige verdediging, de stad Abancay in te nemen.

Een hernieuwd voorstel van Peru aan Chili gedaan, om n.1. het gebied Tacna-Arica te deelen, werd door Chili rondweg geweigerd. Op het einde van Mei 1911 verbitterde een nieuwe gebeurtenis de stemming nog meer. Op een valsch bericht, dat het huis van den Chileenschen consul te Callao door Peruanen was aangevallen en beschadigd, vormde zich te Iquique een oploop voor het Peruaansch consulaat, waarbij dit herhaaldelijk werd beschadigd. De houding van den intendant van Iquique tegenover het volk werd terstond door de Chileensche regeering afgekeurd, terwijl zij tevens haar leedwezen over het voorgevallene uitsprak. Dit kon intusschen niet verhinderen, dat de Peruaansche consul, niet zonder nogmaals te zijn lastig gevallen, Iquique verliet. Ook de moeilijkheden over het militaire vicariaat van Arequipa (zie Chili) duren voort, vooral omdat, naar het blijkt, de R. Katholieke geestelijkheid, ofschoon zij zich bij de be. noeming van den Chileenschen veld-prediker heeft neergelegd, aan de zijde van Peru staat. In de provincie Tacna kwam het einde Juli 1911 tot ernstige ordeverstoringen door de daar gevestigde Peruanen.

Perzlë. Den lsU'n September 1909 werd de jongere broeder van den nieuwen sjah, Mohammed Hassam, benoemd tot troonopvolger. Den volgenden dag werd op een conferentie tusschen een vertegenwoordiging van de regeering en de Russische en Engelsche vertegenwoordigers een protocol opgesteld, waarin o.a. werd bepaald, dat de Perzische regeering de schulden van den ex-sjah bij de Russisch-Perzische discontobank, ten bedrage van 1.5 millioen toman, voor haar rekening zou nemen. De rente werd bepaald op 6 %, terwijl de aflossing binnen 10 jaar moest plaats hebben. Tot onderpand werden de douane-inkomsten aangewezen. Aan_'den ex-sjah zou een jaarlijksche rente van 100.000 toman worden uitbetaald, welke na zijn overlijden wordt veranderd in een jaarlijksche toelage van 26.000 toman aan zijn familie. Daartegenover gingen al zijn onroerende goederen over in het bezit van de Perzische regeering. Den 9den September vertrok

Sluiten