Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenscholingen tegen de kloosters, vooral tegen die van de Jezuïeten, welke de voorloopige regeering ten slotte zelf moest tegengaan.

Ook de verbeurdverklaring van de kloostergoederen vond zóó snel plaats, dat er verschillende protesten in het buitenland tegen werden uitgebracht. Op het einde van October werd verder besloten tot de omzetting van de geestelijke scholen in wereldlijke en het opheffen van de theologische faculteit te Coimbra; verder werden besluiten genomen tot ontbinding van de Pairskamer, den Raad van State en tot verbanning van de dynastie Braganza. Haar geldelijke aanspraken werden afgekocht met een jaarlijksche rente van in het geheel 480.000 gulden, waarvan echter een groot gedeelte werd ingehouden voor het delgen van haar schulden.

De monarchisten gedroegen zich tegenover dezen republikeinschen aanloop deels zeer terughoudend, deels ook, zooals met name de gevallen ministerpresident de Sousa, min of meer tegemoetkomend.

Na zijn mededeeling, dat hij met de plannen van de republikeinen bekend geweest was, werd hem het verwijt van verraad aan het koningdom zelfs van democratische zijde niet bespaard. Ondanks zijn snelle aanpassing aan den nieuwen staatsvorm, werd hij op het eind van October in hechtenis genomen evenals de gehate Franco; tegen borgstelling werden zij evenwel spoedig weder op vrije voeten gelaten. De beschuldiging tegen den laatste en zijn voormalige medeministers ingebracht, werd door het Hof van Appel afgewezen; de vier rechters, die deze uitspraak hadden gedaan, werden echter reeds in December naar Goa verbannen. Deze willekeur, welke zich ook in andere aangelegenheden (censuur) toonde, leidde nog vóór het einde van het jaar op verschillende plaatsen tot bedenkelijke uitingen van ontevredenheid. Bovendien kwamen stakingen van de arbeiders in de openbare bedrijven (spoorwegen en gasfabrieken), zoowel als van de handels- en transportarbeiders den toestand verergeren, daar zij het maatschappelijk leven nog meer belemmerden. Het liet zich tegen het einde van 1910 aanzien, alsof de monarchisten van dezen critieken toestand zouden gebruik maken. Het gebrek aan steun, dat zij met name van de koninklijke familie ondervonden, deed hun actie echter verloopen. Tevens slaagde de voorloopige regeering erin om de stakingen bij te leggen en de andere onlusten te onderdrukken, wat tengevolge had, dat het volk met meer bewustheid haar zijde koos, dan tot nog toe het geval was geweest. Dit gaf haar moed om reeds tegen het einde van Januari 1911 met de voorbereiding van de nieuwe verkiezingen te beginnen. Er werd een stelsel van evenredige vertegenwoordiging zonder stemplicht ingevoerd. Kiezer was ieder burger, ook soldaten in actieven dienst, die op 1 April 21 jaar of ouder was; verkiesbaar was ieder, die kon lezen en schrijven, uitgezonderd militairen, beambten en geestelijken. Het aantal afge' vaardigden werd bepaald op 235, 4 uit elk kiesdistrict, 8 uit elk van de 4 kiesdistricten van Lissabon en Oporto en één uit elk van de koloniën. Toch kon de verkiezing niet zoo spoedig plaats hebben als verwacht werd. De werkstakingen n.1. herhaalden zich in Maart. Te Setubal werd van de troepen gebruik gemaakt en ook te Lissabon kwam het tot ernstige botsingen. Bovendien begon zich de Portugeesche geestelijkheid met het oog op de dreigende schei¬

ding van Kerk en Staat te roeren, vooral nadat de voorlezing van den kansel van een herderlijken brief der bisschoppen, waarin geprotesteerd werd tegen de aan de Kerk vijandige staatkunde van de Portugeesche regeering, door deze was verboden. De betreffende wet werd in de 2de helft van April gepubliceerd. Zij waarborgde vrijheid van geweten en hief den R. Katholieken godsdienst als staatsgodsdienst op. De kerkgebouwen werden in gebruik afgestaan aan de cultueele vereenigingen, waarvan de wet de oprichting mogelijk maakte. De kosten van den eeredienst moesten door deze vereenigingen worden gedragen; de geestelijken echter, die bij het uitroepen van de republiek in functie waren, kregen van haar een zekere toelage. De cultueele vereenigingen mogen zich niet inlaten met opvoeding en onderwijs. Zooals verwacht kon worden, protesteerden de bisschoppen tegen deze wet en ook de Heilige Stoel maakte den 31sten Mei een scherpe verklaring tegen haar openbaar; in het land zelf schijnt de wet met algemeene instemming te zijn ontvangen. Ook het herhaalde gevaar van een monarchistische samenzwering deed zijn invloed op het uitschrijven van de verkiezingen gelden, gaf althans de regeering aanleiding tot een aantal inhechtenisnemingen.

De verkiezing voor het nieuwe parlement vond den 28sten Mei plaats. De candidaten van de voorloopige regeering werden met groote meerderheid gekozen. Den 208ten Juni had de Constitueerende Vergadering van de republiek plaats. Braga las een decreet voor, waarbij de monarchie voor goed werd afgeschaft, de d 'nastie Braganza uit het land verbannen en de democratische republiek gevestigd werd. Op zijn voorstel bleef de voorloopige regeering aan het bewind. Vertegenwoordigers van verschillende Z. Amerikaansche republieken en van Zwitserland woonden de vergadering bij. Op denzelfden dag erkenden de Vereenigde Staten vanN. Amerika de nieuwe republiek; Brazilië had dit reeds enkele dagen na de October-voorvallen van 1910 gedaan. De overige staten van Europa namen, wat de erkenning van de republiek betreft een afwachtende houding aan, ofschoon zij reeds van November 1910 met haar in officieuse verbinding stonden. Eerst na de verkiezing van den nieuwen president volgde de officiëele erkenning. Frankrijk gaf den 25slen Augustus 1911 het voorbeeld, terwijl Rusland den laten October de rij sloot.

De nieuwe regeering begon met onmiskenbaren ijver de republiek van alle monarchistische overblijfselen te zuiveren en haar eigen inrichting te scheppen. De eereplaatsen van buitenlandsche gekroonde hoofden bij het leger waren reeds in het begin van het jaar opgeheven; op het einde van Juli werden alle orde- en eereteekens afgeschaft. Reeds in de Constitueerende Vergadering van den 208ten Juli was er een commissie van 7 leden benoemd om de nieuwe grondwet voor te bereiden. In het begin van Juli stelde zij de volgende grondslagen vast: De president wordt door een vereenigde zitting van beide Kamers voor den duur van 4 jaar gekozen. Hij benoemt en ontslaat de ministers en is, evenals deze, verantwoordelijk. De ministers staan met het parlement door boodschappen, met de commissies in persoonlijk contact. De Nationale Raad wordt door rechtstreeksche verkiezing voor 3 jaar gekozen, de Gemeentelijke Raad wordt door de gemeenteraden gekozen en om de drie jaar voor de helft

Sluiten