Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de bescherming van Osmaansche onderdanen in Italië en van Italiaansche onderdanen in het Turksche rijk.

Inmiddels waren den 27sten September Italiaansche oorlogsschepen voor Tripolis verschenen. Zij begonnen den 3den October met het bombardement van de stad, welke daarop door het Turksche garnizoen, dat Z. waarts trok, werd verlaten. In Turkije was het Duitschgezinde Kabinet-Hakki vervangen door een meer Engelschgezind ministerie-Said. Het onthield zich van ingrijpende verweermaatregelen zooals de uitwijzing van alle Italianen, zorgde voor rust op den Balkan, o.a. door niet, zooals een groep van strijdlustige politici wenschte, agressief tegen Griekenland op te treden en wist binnenlandsche onrust, 'zooals in Yemen en Assir door tegemoetkomingen te bezweren. Overigens bracht het enkele plaatsen, waartegen de actie van de Italiaansche vloot zich in de eerste plaats zou kunnen richten, als Saloniki, Smyrna, Mytilene enz. in beteren staat van verdediging en regelde van Egypte uit verder den tegenstand in Tripolis zelf. Den 4den October volgde het beschieten en bezetten van Tobroek door Italië, den volgenden dag gevolgd door de bezetting van de batterij Sultania ten W. van Tripolis, waarop de vice-acfmiraal Raffaells Borea Ricci d'Olmo werd benoemd tot gouverneur van Tripolis. Hoewel Italië den 6den October de Tripolitaansche kust van de grens van Tunis O. waarts tot 27° 54 ' O.L. van Gr. voor effectief geblokkeerd verklaarde, scheen toch alles niet evenzeer naar wensch te gaan, want reeds den 10den October werd de censuur ingevoerd. Den 17den October werden landingspogingen gedaan te Derna en te Benghasi. Dit laatste en Homs (Lebdo) werden den volgenden dag gebombardeerd en daarop Derna bezet. De bezetting van Benghasi volgde den 20Bten, die van Homs den 218tett October. Daarop deden den 238ten de vereenigde Turken en Arabieren ten getale van 5-6000 man onder kolonel Nesjad beij en den voormaligen militairen attaché te Parijs, kapitein Fethy bey, een aanval op den linkervleugel van de Italiaansche verdedigingslinie, vooral bij het dorp Sjarasjat, ten O. van Tripolis. De bevolking van de oase, tot op dat oogenblik naar het scheen volkomen loyaal, viel de Italianen in den rug aan. De wraak van de Italianen was verschrikkelijk. Bij tientallen werden de Arabieren in de kustoase terechtgesteld. De Italiaansche censuur werd verscherpt, wat wellicht verband hield met het feit, dat de positie van Italië er niet beter op werd. Drie dagen later deden de vereenigde Turken en Arabieren een tweeden, goed geslaagden aanval, in het Z.O. bij Sidi Meszri en Henni en in het Z. bij de waterputten Boe Meliana (Bron des Overvloeds). Het Italiaansche leger moest wijken. De verdedigingslinie werd den 27Bten en den 28sten October achterwaarts verlegd, de batterijen Sultania en Hamidiek, evenals de bronnen Boe Meliana moesten worden opgegeven. Den 2den November werd in Italië een tweede lichting der reserve (1889) opgeroepen, waardoor het Italiaansche expeditie-leger in Tripolis tegen het einde van November tot 5 divisies van 100.000 man te zamen was gestegen. Inmiddels had de koning van Italië den 5den November zijn volledige souvereiniteit over Tripolis en Cyrenaica geproclameerd.

Behalve het beschieten van eenige kleine versterkingen aan de kust van de Roode Zee, het opbren¬

gen van schepen en de aanval op enkele, vrijwel weerlooze Turksche oorlogsschepen in de haven van Beiroet, was tot het begin April 1912 het terrein van den oorlog tot Tripolis beperkt gebleven. Pogingen tot bemiddeling bij de Porte, door de mogendheden ondernomen, leidden Italië, vermoedelijk in de hoop aldus op Turkije pressie te zullen uitoefenen, tot optreden in de Aegaeïsche Zee. De rijke eilanden, welke Turkije daar bezit en de havens voor het land zelf, zouden, indien verkregen, onderpanden zijn, die de Porte slechts zou kunnen inlossen door het sluiten van den vrede op de voorwaarden, door Italië gesteld. Den 18den April ging Italië tot een actie over door het beschieten van de forten Sedoel-Bachr en Hoem Kaleh aan den W. lijken toegang tot de Dardanellen, zonder ander gevolg, dan dat Turkije de doorvaart door de Dardanellen wegens daar geplaatste zeemijnen voor koopvaardijschepen moest sluiten. Mogelijk is, dat Italië voor dat geval rekende op inmenging van Rusland. Hoe dit zij, de Italiaansche actie had althans op het antwoord van de Porte op de bemiddelingsnota van de mogendheden geen invloed. Daarin wees zij den 22"ten April 1912 de eischen van Italië beslist af. De Porte, zoo heette het, kan haar waardigheid niet prijsgeven door vanhaar werkelijke en volstrekte souvereiniteit over Tripolis afstand te doen. Zij was evenwel bereid om Italië oeconomische concessies in de beide N. Afrikaansche gewesten te doen.

De Dardanellen werden op protest van Rusland en andere mogendheden weer geopend voor den handel, die inmiddels geduchte schade had geleden en nog lijdt, wegens de vrees voor een nieuwe sluiting, waarmede de Porte dreigt voor het geval de Italianen Chios of Mytilene zouden aanvallen. De Italiaansche vloot had inmiddels den 4den Mei de hoofdstad van het eiland Rhodos gebombardeerd, waarna een landingsleger het eiland bezette en het Turksche leger, dat zich naar het binnenland had teruggetrokken, een paar dagen later na hardnekkigen strijd tot overgave dwong. Vervolgens maakte zich de Italiaansche vloot van een aantal kleinere eilanden der Sporaden meester, blijkbaar met het doel Turkije geheel van de Middellandsche Zee en dus ook van Tripolis af te sluiten. Nieuwe pogingen tot bemiddeling der mogendheden faalden evenzeer als vroeger, terwijl Turkije thans eindelijk er toe over ging de Italianen uit het land te zetten. In Tripolis maakten de Italianen in den laatsten tijd wel vorderingen, maar zij zijn toch nog ver verwijderd van een feitelijke bezetting van het land.

Turkjje. Nauwelijks was de Albaneesche kwestie voorloopig tot een oplossing gebracht, of de Kretenzische kwestie kwam op het tapijt. De revolutionnairen op Kreta hadden n.1. besloten om het vroeger uitgevaardigd decreet over de vereeniging van het eiland met Griekenland ten uitvoer te leggen. Op het laatst van 1911 kwam te Kanea een revolutionnair parlement bijeen, dat besloot om afgevaardigden naar de Grieksche Kamer te zenden. De Grieksche regeering heeft echter, nadat de mogendheden hun afkeuring over dat plan te kennen gegeven hadden, maatregelen genomen om de uitvoering te verhinderen. Ernstiger dan de Albaneesche en de Kretenzische kwestie, was de Tripolitaansche, welke Turkije den 29sten September in een oorlog met Italië wikkelde.(zie verder de arti-

Sluiten