Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz.

§ 328. Het in perspectief brengen van een voorwerp, dut door zijne projectiën gegeven is, op het verticale projectievlak als tafereel 236.

§ 329. Waarom in het werkdadige de voorgaande leerwijze

niet gevolgd wordt 237.

8 330 Wat men verstaat door het vluchtpunt (of wijkpunt)

s 937 eener lijn • •

Stelling: De perspectief van eene lijn, die niet evenwijdig loopt aan het tafereel, is de vereenigingslijn van het vluchtpunt der lijn met het snijpunt van de lijn met het tafereel. Gevolgen 237.

§331. Wat men verstaat door den horizon. Van welke punten de perspectieven boven of beneden den horizon komen. Wat men verstaat door den distantiecirkel en door de

QQO

distantiepunten

§ 332. Werkstuk. De perspectief te bepalen van een punt dat

in het grondvlak gelegen is 239.

§ 333. Hoe men bij het samenstellen der constructiefiguur te gemoet komt aan het bezwaar, dat de perspectief en de horizontale projectie van een voorwerp door elkander vallen • 239.

§ 334. Hoe men handelen moet indien de distantiepunten buiten

de grenzen der teekening vallen 240.

§ 335. Werkstuk. De perspectief te bepalen van een punt dat

niet in het grondvlak gelegen is 240.

§ 336. Toepassing van het vorenstaande op het in perspectief brengen van een rechthoekig parallelopipedum, dat op het grondvlak staat met twee zijvlakken evenwijdig aan het tafereel 241.

§ 337. Eene tweede toepassing, waarbij het voorwerp door

twee projectiën gegeven is 242.

§ 338. Hoe men een punt door zijne breedte, diepte en hoogte bepaalt. Wat de assen der breedte, diepte en hoogte zijn. Hoe men een punt in perspectief brengt, door liet construeeren zijner perspectievische breedte, diepte en hoogte. Wat door perspectievische wijking te verstaan is • • 243.

§ 339. Het bepalen van de perspectievische breedte, diepte en

hoogte van een punt door berekening 244.

Sluiten