Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na wenteling van het vlak M, totdat het evenwijdig aan het verticale vlak is geworden, zijn 0'R,' en 0"R," de project,en der lijn waarmede nu de raaklijn aan den hoofdmeridiaan evenwijdig moet loopen. De punten (r zijn dan de raakpunten die na terug-

wenteling van het meridiaanvlak in (/, r") komen. De raakvlakken zijn nu verder gemakkelijk te construeeren.

S 24-6. Wanneer men door de in beide voorgaande werkstukken gevonden raakpunten lijnen evenwijdig aan de gegeven lijn trekt, zoo verkrijgt men lijnen die het gebogen oppervlak raken. De constructiën der beide voorgaande paragrafen lossen dus tevens het volgende werkstuk op: Aan een omwentelingsoppervlak eene raaklijn te construeeren evenwijdig aan eene gegeven lijn, zoodanig dat het raakpunt op een gegeven parallelcirkel of wel op een gegeven meridiaan

ligt.

S 247. Werkstuk. De kromme lijn te construeeren volgens welke het oppervlak van een omwentelingslichaam geraakt wordt door een omhullingskegel, welks top builen dit lichaam naar welgevallen gegeven is.

Elke raaklijn, uit den gegeven top aan het omwentehngsoppervlak getrokken, is eene beschrijvende lijn van den omhullingskegel en haar raakpunt is een punt van de begeerde aanrakingskromme. Daar nu in § 243 gebleken is, hoe men op eiken willekeurig gekozen parallelcirkel of meridiaan een of meer punten kan construeeren, waarin het gebogen oppervlak geraakt wordt door raaklijnen uit den "•egeven top getrokken, zal men, door deze constructiën voor een genoegzaam aantal parallelcirkels of meridianen te verrichten, de projectiën van zooveel raakpunten kunnen bekomen, dat men daardoor de projectiën der begeerde aanrakingskromme met genoegzame nauwkeurigheid kan trekken. Tot het construeeren van raaklijnen uit P' (Fig. 211) aan de horizontale projectiën der parallelcirkels, is op 0'P' als middellijn een cirkel beschreven.

Er blijft ons nu verder alleen over de constructie van eenige merkwaardige punten der aanrakingskromme aan te wijzen. Hiertoe

behooren: _

1°. de punten waarin de afscheiding van zichtbaar en onzichtbaar

plaats heeft in de horizontale projectie der kromme. Trekken wij daartoe uit P' raaklijnen P'A' en P'B' aan de horizontale projectie van den grootsten parallelcirkel, dan zijn deze te beschouwen als de horizontale doorgangen van verticale vlakken, die door P gaan en het

Sluiten