Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een rechthoek \b «6 (Fig. 235) die met een zijner zijden ab aansluit tegen eene beschrijvende lijn van een cylinder en zich zoodanig oin dien cylinder beweegt, dat het vlak van den rechthoek steeds blijft gaan door de as, terwijl het hoekpunt b eene schroeflijn op dien cylinder doorloopt, beschrijft een lichaam dat een vierkante schroefdraad genoemd wordt. Het zal duidelijk zijn, dat ook de drie andere hoekpunten schroeflijnen doorloopen , die allen denzelfden spoed bezitten en waarvan die, welke de punten 1 en 6 doorloopen, gelegen zijn op een cylindervlak dat O'l tot straal heeft. De zijden 16 en Ga doorloopen horizontale schroefvlakken — of beter gezegd deelen daarvan — zoodat dus de vierkante schroefdraad een lichaam is, dat begrensd wordt door twee verschillende horizontale schroefvlakken en twee concentrische cylindervlakken.

De cylinder die 0"b tot straal heeft is de spil van de schroef en hier gedeeltelijk zichtbaar.

In de figuur zijn van de onderste en bovenste horizontale schroefvlakken eenige standen van de beschrijvende lijn aangegeven. Evenzoo is een raakvlak geconstrueerd in het punt P van het onderste schroefvlak d. i. het vlak doorloopen door de lijn 0"1. Hiertoe is eerst volgens § 225 eene raaklijn geconstrueerd aan de schroeflijn ABCP..., waarop het punt P ligt en die in de figuur is aangewezen , en daarna is door deze raaklijn en de beschrijvende lijn (4,4) van het punt P een vlak gebracht.

De lijn RjR, door Q' evenwijdig aan 40' getrokken, zal de horizontale doorgang zijn, terwijl de verticale doorgang RR2 gevonden wordt door middel van het punt P. Het is duidelijk dat de horizontale doorgangen van de raakvlakken in verschillende punten eener zelfde beschrijvende lijn evenwijdig zullen loopen.

Was de horizontale doorgang van het raakvlak gegeven en wenschte men het raakpunt P te vinden, zoo zou men beginnen met het construeeren van driehoek 0'4S', waarin 4S'gelijk is aan boog (4,1), en uit het snijpunt Q' van R,R met O'S' de lijn Q'P' evenwijdig aan s'4 trekken. Deze lijn snijdt dan 40' in de horizontale projectie van het gevraagde raakpunt.

Het brengen van een raakvlak aan het oppervlak door een punt buiten het oppervlak of evenwijdig aan eene gegeven lijn, wanneer het raakpunt op eene gegeven beschrijvende lijn moet liggen, is nu eveneens gemakkelijk uit te voeren.

De in de horizontale projectie aangegeven arceering stelt de horizontale projectie voor van eene doorsnede van de schroef met een horizontaal vlak H,Hj.

Sluiten