Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toereikend aantal punten van den boog AD, dan vinden wij de kromme lijn e"f"h", die de verticale projectiën f" van de punten der tweede soort bevat. Tot bet construeeren van de punten der derde soort, maken wij , evenals in het voorgaande werkstuk, gebruik van een bulpvlak, dat evenwijdig is aan de richting van het licht en hier loodrecht staat op het verticale vlak. Op dit hulpvlak projecteeren wij zoowel den omtrek der nis als den bol, welks vierde gedeelte tot de nis behoort; een cirkel uit M'" met M'A' als straal beschreven, zal dan de projectie van den bol, en eenclijti door M'" evenwijdig aan 0,X, getrokken, de projectie van den omtrek deinis op het hulpvlak zijn. Voorts bepalen wij, door de projectie van dén lichtstraal MS te construeeren, de richting van de projectiën der lichtstralen op het hulpvlak.

Op overeenkomstige wijze als in het voorgaande werkstuk, kunnen wij nu gemakkelijk de schaduwen g van verschillende punten n bepalen. Zooals daar reeds gezegd is, zullen die punten op een cirkelboog liggen. In verticale projectie vinden wij zoo het gedeelte H"g"h" van eene ellips, welker assen in de figuur gecoustrueerd zijn.

Wij kunnen thans ook het afscheidingspunt D" aanwijzen. Omdat de lijn Ugh gelegen is in een vlak, dat volgens loodrecht

op het hulpvlak staat, is de lijn Kt", loodrecht op 0,X, getrokken, de verticale doorgang van dit vlak. Het punt (i', i") van dezen doorgang is niet alleen een punt van het vlak der genoemde kromme lijn, maar ook een punt van het vlak des cirkels ABC; evenzoo is het punt M een punt in beide vlakken gelegen. Langs Mi valt derhalve de doorsnede dier beide vlakken. De snijding van M'i' met den boog B'G' leert ons dus een punt (h', h") vinden, dat zoowel op de binnenoppervlakte der nis als in de beide laatstgenoemde vlakken ligt. Dit punt (h', h") is bijgevolg een punt van de bedoelde kromme lijn en wel dat punt, waarvan de verticale projectie in A"B" valt; alzoo zal dan ook eene lijn, uit h" evenwijdig aan 0,X, getrokken, het bedoelde afscheidingspunt D" doen kennen.

Alhoewel de schaduw in horizontale projectie onzichtbaar is, zoo is deze duidelijkheidshalve toch in de figuur gearceerd aangegeven. Wij hebben ons daarbij de nis gedacht te zijn gesneden door een horizontaal vlak. Aangezien de projectiën van de richting van het licht hoeken van 45° met de as maken, valt in de teekening ee" langs mM", hetgeen bij willekeurige lichtrichting natuurlijk niet het geval zoude zijn.

Sluiten