Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenlijke teekening te houden. In de teekening zelve is dan het

aantal hulplijnen zoo klein mogelijk. , •

Aan den afstand, waarop de lijn aat van de grondlijn gelegen is, geeft men den naam van perspeclievische wijking.

Punten, die evenver achter het tafereel en evenhoog boven het grondvlak liggen, hebben blijkbaar dezelfde perspectivische wijking en gelijke perspectievisclie hoogten.

8 339. Men kan de perspectievische breedte, diepte en hoogte van eenig punt, welke volgens het vorenstaande gemakkelijk zyn e construeèren, o^ door berekening vinden, indien men behalve de breedte, diepte en hoogte van het punt ook de distantie en de en c der lijn RO" in getallen (aanwijzende het aantal lengte-eenheden 1

lijnen) gegeven heeft. n»n_„ 0"R = a

Laat namelijk in Fig. 269 gegeven zijn: 0 D— p, 0 h RA =& kL=d, RN = ft. Stellen wij nu verder RiL/en a,et = h\ dan geven de gelijkvormige driehoeken

RKöj en 0"Da, de evenredigheid:

Ra,:0"a, = KR :0"D of d':q-d' = d:p

waaruit wij vooreerst vinden:

17 en '°

Verder vinden wij uit andere gelijkvormige driehoeken de evenredigheden :

0"R : 0"« j = RS: a« j = RN :aie1

of

g. pq - = b:b' = h:h'

q• P+d

waaruit onmiddellijk de waarden van b' en h' gevonden worden, zoodat wij dan hebben:

b'=j+db' 's7+«d en h' = T+*h'

Na door deze formules de waarden van b', d' en h' voor eenig punt berekend te hebben, heeft men in het vlak der teekening

Sluiten