Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aangezien de plattegrond van het gebouw een vierkant is, zijn de halve diagonalen AT' en BT' te construeeren. Met behulp van de perspectief van BT' (vluchtpunt <p) en van de loodlijn door T' op het tafereel, is de perspectief t' van het punt T' bepaald, lot het vinden van de perspectief c van het hoekpunt C van het grondvlak, merken wij op, dat C het snijpunt is van de lijnen AT'en BC. Van de perspectief der eerste lijn zijn twee punten a en t' gevonden; die der lijn BC is geconstrueerd op de wijze als in § 343 is ver-

1 f klaard, do.or 0"e = — 0"b te nemen en bc evenwijdig aan e —

te trekken. Het snijpunt c dier laatste lijn met at' levert dan het

punt c op. ...

Op overeenkomstige wijze zijn de perspectieven der overige, in het zijvlak BC gelegen, horizontale lijnen gevonden.

De perspectief T van den top der pyramide (het dak) ligt in de perspectief g<p van de doorT, op eene hoogte van 7,90 M., getrokken lijn evenwijdig aan T'B en tevens in de lijn t 1, uit l loodrecht op de grondlijn getrokken. De andere uiteinden der opstaande ribben van de pyramide kan men zich denken te liggen op de verticale ribben a, b en c, ongeveer op eene hoogte van 4,15 M.

Tot het construeeren van de perspectief van den schoorsteen, is aanvankelijk de horizontale projectie in perspectief gebracht; daarna zijn de snijpunten bepaald van de loodlijnen, in de hoekpunten diei perspectief opgericht, met de perspectieven van de ribben der pyramide.

Het dakraam, dat 1,20 M. breed en hoog is, is in perspectief gebracht door middel van de loodlijnen, uit h, k en l der horizontale projectie op het tafereel neergelaten, en van de horizontale lijn op + 5,70 evenwijdig aan BC getrokken (1). Het wordt aan beide zijden begrensd door verticale vlakken, waarvan er slechts een in de teekening zichtbaar is en wel dat, hetwelk het dak snijdt volgens eene lijn die mh tot horizontale projectie heeft. De perspectief m h dier projectie is onmiddellijk aan te wijzen; de lijn m'M, door m loodrecht op de grondlijn getrokken, wijst in de perspectief der ribbe TB het punt M aan, waaruit nu verder de perspectief der doorsnede is te trekken. Door nog uit den linker bovenkant van het

(1) Aangezien ft, k en l niet op de lijn BC doch iets achter deze lijn gelegen zijn, zoo behoorden in de perspectievische teekening ook h, k en l niet op bc te liggen doch iets hooger. Om de figuur niet onduidelijk te maken, stapten wij over deze kleine onnauwkeurigheid heen.

Sluiten