Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perspectieven der loodrecht op het zijvlak EFHG staande ribben van het parallelopipedum zijn gericht naar het punt <p; immers de richting dezer ribben wordt aangewezen door eene lijn die A'D' tot horizontale projectie heeft en een hoek /? maakt met het horizontale vlak. De verlengden der bedoelde ribben snijden het tafereel beneden den horizon ; men kan, daar a -)- P = 90° is, derhalve het punt gemakkelijk verkrijgen, door in 0„ de lijn 0^ loodrecht op 0nF te trekken en haar snijpunt te bepalen met het verlengde der lijn Ff.

Aangezien de ribbe NP van het parallelopipedum het tafereel snijdt in S, zal de perspectief np dezer ribbe langs de lijn S<p vallen en derhalve die lijn Sf de verlengden der lijnen <f*g en tyh snijden in de punten n en p, die de uiteinden van np aangeven. Door verder de snijpunten k en m te bepalen van de lijnen nF en pF met de verlengde lijnen <f>e en <jjf, wordt de perspectief van het parallelopipedum voltooid.

In dit werkstuk, hetwelk werd gegeven als eene toepassing over de perspectief van hellende lijnen, is de distantie 00" wel is waar te klein genomen, waardoor eene onnatuurlijke voorstelling van de beide lichamen werd verkregen (zie ook § 324), doch dit geschiedde opzettelijk, om zoodoende de vluchtpunten binnen de grenzen der teekening te houden, en dus het geheel voor den lezer zoo gemakkelijk mogelijk te doen zijn.

Als eene geschikte oefening raden wij aan de teekening opnieuw te vervaardigen bij eene viermaal grootere distantie.

§ 349. Het vervaardigen van stereoscopische beelden. Reeds in § 327 merkten wij op, dat het vervaardigen van stereoscopische beelden neerkomt op het construeeren van twee perspectievische afbeeldingen van een zelfde voorwerp, een voor elk der oogen. Is het perspectievisch beeld voor een der oogen vervaardigd, dan kan men daaruit gemakkelijk die voor het andere oog afleiden, omdat wij aannemen dat de beide oogen op den zelfden afstand van het tafereel zijn gelegen en wel in eene lijn, evenwijdig aan de grondlijn.

Zij b. v. PAS (Fig. 279) eene lijn die het tafereel in S snijdt, terwijl 0, en 0, de beide oogen zijn, dan zijn F, en F, de vluchtpunten dier lijn voor beide oogen, terwijl SF, en SF, de perspectieven der lijn voorstellen. Uit den rechthoek 0,0,0,"0," en het parallelogram 0,0,F,F, blijkt terstond F,F, = 0,0, = 0,"0,", terwijl tevens F,F, evenwijdig is aan 0,"0,", dus horizontaal. Is derhalve het punt F, geconstrueerd, zoo is ook F, bekend en dus de perspectief SF, der lijn uit de perspectief SF, te vinden. Uit de perspectief a, van het punt A

Sluiten