Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiekt uit D de raaklijnen DE en DF aan het grondvlak, om eindelijk door die raaklijnen twee vlakken te brengen die tevens door C gaan.

Bepaal de projectiën van het lichaam dat gemeen is aan den kegel en het viervlak begrensd door het horizontale vlak en de drie aangebrachte vlakken.

191. Van drie lijnen staat de eerste in het punt (16, 8, 0) loodrecht op het horizontale vlak, de tweede ligt in dit vlak en gaat door de punten (0, 8, 0) en (16, 0, 0), de derde ligt in het verticale vlak en gaat door de punten (16, 0, 8) en (20, 0, 0).

Construeer de punten die van elk dezer lijnen op een afstand 6 verwijderd zijn.

192. Gegeven de projectiën van een cirkel C, gelegen in een vlak evenwijdig aan het horizontale projectievlak, en een punt T in de as van projectie.

Construeer de projectiën der doorsnede van een kegelvlak, dat T tot top en C tot richtlijn heeft, met een bol, die door den cirkelomtrek C gaat en het horizontale vlak raakt.

193. In het horizontale vlak zijn twee punten A en B gegeven, bepaal een derde punt C in het verticale vlak zoodanig, dat de lijnen CA en CB gegeven gelijke hoeken maken met het horizontale vlak.

194. Een rechte cirkelvormige cylinder ligt met eene beschrijvende lijn op het horizontale vlak, loodrecht op het verticale. Een rechte cirkelvormige kegel ligt eveneens inet eene beschrijvende lijn op het horizontale vlak, de as evenwijdig aan liet verticale vlak. Construeer de doorsnede en eene raaklijn in een willekeurig punt. Alle beschrijvende lijnen van den kegel snijden den cylinder.

195. De doorsnede te bepalen van een scheef cirkelvormig cylindervlak, welks cirkelvormige richtlijn in het horizontale vlak ligt, met een recht cirkelvormig kegelvlak, welks as verticaal staat. Het cylindervlak snijdt de beide bladen van het kegelvlak. Construeer de raaklijn in een willekeurig punt der doorsnede, gelegen op het bovenste blad van het kegelvlak.

196. De doorsnede te bepalen van het oppervlak vaneen gegeven scheeven cirkelvormigen kegel, die op het horizontale vlak staat, met een recht cirkelvormig kegelvlak, welks as verticaal is. De beschrijvende lijnen van den scheeven kegel snijden de beide bladen van het andere kegelvlak. Construeer de raaklijn in een willekeurig punt der doorsnede, gelegen op het bovenste kegelblad.

1.^7. Een rechthoek ABLD', met het punt B' in de as gelegen zoodanig, dat A'B' een hoek van 30° met die as maakt, stelt de

Sluiten