Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk de Godsdienst, zoo moet ook de zedelijkheid als specifiek-menschelijk worden beschouwd, hetzij dan al, hetzij niet in verband met de redelijkheid. A an historisch leven, zoowel individueel als sociaal, is spraak waar van zedelijkheid gesproken wordt. Van de heerschappij der zede wet, zoowel als van het onderscheid tusschen goed en kwaad, kan gesproken worden in wijden kring, maar wordt een wezen als zedelijk aangeduid-, dan denke men aan de mogelijkheid eener historische ontwikkeling, die haar ideaal in zedelijken strijd tracht te bereiken. De mensch als zedelijk wezen is op historisch leven aangelegd.

1. De mensch als natuurwezen. In de verschijnselen der wereld, al vat men haar als eenheid op, wordt onderscheid gemaakt tusschen het gebied der natuur en dat van den geest. Hoe ook geoordeeld woide over de verhouding tusschen noodzakelijkheid en vrijheid in het algemeen, het lijdt geen twijfel, dat in elk geval van mechanische noodzakelijkheid slechts gesproken kan worden, waar men op de natuur in tegenstelling met den geest het oog heeft. De mensch is een kind deinatuur, hoewel geroepen om van natuurleven tot kuituur-leven op te klimmen. De physiologische psychologie van den tegenwoordigen tijd, waarmede ook de zedekunde te rekenen heeft, beweegt zich gedeeltelijk op het gebied der natuur en gedeeltelijk op dat van den geest, en het ligt in den aard der zaak, dat allereerst op den mensch als behoorende tot de natuur, in hier bedoelden zin, moet worden gelet. Bepaaldelijk met de algemeene dierenwereld staat de mensch in nauw verband, niot enkel in physiologisch, physisch en chemisch opzicht, maar ook wat psychische overeenkomst betreft. Onder den invloed van de evolutietheorie (zie mijne Wetenschap van den Godsdienst II § 10 onder 2) heeft menigeen zich bedenkelijke uitspraken veroorloofd betreffende het leven van hoog-ontwikkelde dieren, maar ongetwijfeld kenmerkt zich ook het dier door psychische verschijnselen, als welke wij bij den mensch

Sluiten