Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwen. Het geestelijke leven van den mensch ontwikkelt zien op den bodera van het dierlijke zieleleven, en het is juist in den geheimzinnigen samenhang van 's raenschen geestelijk wezen met dit psychische leven, dat het raadsel van liet inenschelijk leven schuilt. Het spiritualisme, dat geen plaats heeft voor het recht der materialistische zienswijze in betrekke! ij ken zin, is even weinig in staat den mensch te verklaren in den rijkdom zijner verschijnselen, als het materialisme, dat den geest ontkent. De zedekunde is geroepen het hare te doen, om de anthropologie te leiden op veiligen weg, maar zal zij deze roeping kunnen vervidlen, dan heeft zij wèl toe te zien, dat zij de psychophysiek vrij houde van den waan alsof deze hare empirische gegevens behoorlijk kan verklaren met eenvoudige toepassing van de wetten der physica of de uitkomsten der physiologie op het gebied van het menschenleven.

Van de vorming van persoonlijk leven met de daarmede verbonden karakter-eigenaardigheid is bij de dieren geen spraak. Dat de mensch als persoon optreedt en in zijn zelf-bewustzijn zich zelf bepaalt tegenover al wat hem omringt, is niet te verklaren uit de fijnere bewerktuiging van zijn stoffelijk organisme. De zwakheid van het materialisme is op dit punt duidelijk gebleken. De vorming van de persoonlijkheid behoort tot 's raenschen geestelijk wezen, al moet worden toegestemd, dat het daartoe eerst komen kan, wanneer bepaalde voorwaarden vervuld zijn die op den wasdom of ook den normalen toestand van het natuurlijk leven des mensehen betrekking hebben. Dat de mensch eeue eenheid is, gebouwd op de tweeheid van stof en geest, wordt ook in de leer der persoonlijkheid en der karaktervorming openbaar.

3. De mensch als zinnelijk wezen. Men kan van den mensch als zinnelijk wezen spreken in dubbelen zin. Spreekt men van 's menschen zinuelijke zijde in «eierastelling met zijne geestelijke zijde, men heeft dan het oog op al wat in zijn bestaan en gedrag doet denken aan de beteekenis en den invloed van zijn stoffelijk organisme. Denkt men aan 's menschen zinnelijkheid in tegenstelling met zijn geestelijk karakter, men richt dan het oog op de heerschappij der liartstochten over de rede. Met de wetten der erfelijkheid zijn wij zeker veel minder vertrouwd,

Sluiten