Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van gemeenschap. De behoefte aau gemeenschap openbaart zich in ons geheele wezen. Het valt den menscli niet gemakkelijk alleen te staan, evenmin in zijne voorstellingen en wilsuitingen als in zijne gewaarwordingen, en juist zij die door persoonlijke beteekenis en zelfstandig karakter het meest eerbied afdwingen, toonen menigmaal het meest prijs te stellen op de sympathie van anderen. Door eene mededeeling als wij Matth. 26:38 vinden wordt zeker hot beeld der grootheid van Jezus niet verdonkerd.

De gemeenschapsbehoefte van den menscli staat in nauw verband met het gevoel van solidariteit, waarvan men met gelijk recht kan zeggen dat het een feit, als dat het een plicht is (H. Marton. De la solidarüe morale 1880, Ch. Recolin. Solidaires. Essai de sociologie Chrétienne 1894). Slechts al te zeer is wat Recolin de „wijsbegeerte der solidariteit" noemt miskend in de hedendaagsche toepassing van de idee omtrent de „struggle for life". De nood der maatschappij van onzen tijd heeft voor een goed deel in deze miskenning zijnen grond. Intusschen moet worden erkend dat de sociologie tegenwoordig in menigeen onder hare beoefenaars de hand reikt aan het Christendom, waaraan ook Proudhon recht deed wedervaren in dezen, terwijl velen voorbijzagen wat de wereld aan een Paulus, een Augustinds , een Pascal — om van Jezus te zwijgen — te danken heeft, wat de erkenning van den onderlingen samenhang der menschen betreft. De' vrienden van het Christendom zouden waarschijnlijk nog minder over verwaarloozing van beginselen die hun ter harte gaan te klagen hebben, als in hun eigen midden altijd de individualistische strooming binnen de juiste perken gehouden was (A. Sabatier. Deux conceptions du ministère évangelique in: Revue Chrétienne 1891 n0. 1). Het „Koninkrijk Gods" duidt in de taal des Christendoms alles aan wat het hoogste is èn voor den individu èn voor de menschheid. In de gemeenschap zijn de voorwaarden aanwezig, waaronder de individu kan worden wat hij wezen moet. Socialisten en anarchisten — hoezeer ook principieel tegen elkander gekant geven ons gelijkelijk het bewijs, dat men zich wèl heeft te wachten voor dwaling ten aanzien van opvatting en toepassing van de gemeenschaps-

Sluiten