Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den grond van het plichtbesef leidt ons op het terrein der metaphysica, maar reeds hier moet worden opgemerkt, dat de ervaring ons leert dat plicht en plichtbesef ons doen denken aan eene dwingende macht. Mocht iemand wijzen op de logica, als waaiin de mensch ook zijne zelfbepaling openbaart krachtens den waarheidszin die hem drijft, ten blijke dat de zelfbepaling wel als zedelijk kan worden beschouwd buiten de gebondenheid van het plichtbesef, men bedenke, dat ook wie van waarheidszin spreekt niet kan nalaten aan eene zedelijke eigenaardigheid van den mensch te denken (Prof. van Bell. De samenhang van logica en ethiek 1878).

Maar al ware het anders met deze zelfbepaling gesteld, men spreekt niet van zedelijk leven, dan waar eene continuïteit in het zedelijke handelen wordt aangenomen, die op zich zelve eene gebondenheid onderstelt. Men kan bij het leven van den mensch als zedelijk wezen niet anders dan aan historisch leven denken. Wie dit karakter aan het zedelijke leven ontzegt of ook dezen eisch bij het zedelijk ooi-deel over het hoofd ziet, is buiten staat de echte moraliteit, die iets anders is dan enkel legaliteit, te onderscheiden. Men is — naar Patjltts' woord — dienstknecht desgenen wien men gehoorzaamt „öf der zonde tot den dood öf der gehoorzaamheid tot gerechtigheid" (Hom. 6: 16). Bovendien er is niet slechts continuïteit, maar ook eenheid van doel in het zedelijke leven. Uit den aard der zaak kan bij gewijzigd inzicht het doel geheel verschillend worden opgevat, maar altijd zal men zich, waar van zedelijk leven gesproken kan worden, een ide<ial voorstellen, dat de norm ltepaalt waarnaar men zich gedraagt. Vastheid van norm moet in elk geval worden ondersteld, hoeveel verscheidenheid daarin ook mogelijk zij, en reeds daardoor wordt de maat der vrijheid beheerscht die aan de zelfbepaling toekomt.

Wie acht geeft op de onvastheid waarmede de zedekunde te worstelen heeft ook in de hedendaagsche beweging op dit gebied, heeft eene schoone gelegenheid om de uitnemendheid van het Christelijk geloof te roemen, dat eenerzijds sterken nadruk legt op het individueel-vrije karakter der zedelijke persoonlijkheid, maar anderzijds de gebondenheid op den voor-

Sluiten