Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

)n wie onder die storing innerlijk liet meeste lijdt heeft op de overwinning in den zedelijken strijd de beste kans, indien hij ten minste sijn heil zoekt bij God (2 Kor. 7 : 10).

Hoe de zonde in het algemeen, èn als daad èn als toestand, storend werkt in het zedelijke leven, komt vooral ook duidelijk uit bij de behandeling van het vraagstuk der „collisio officiorum" (Hoekstra. Zedenleer II bl. 173—204). Ongetwijfeld is hier dikwerf misverstand in het spel geweest, dat zijn grond heeft öf in niet onderscheiden van het objectieve en subjectieve, öf in verwarring van plichtbeginselen met geformuleerde plichtbepalingen, of ook in verzuim van nauwkeurig onderzoek omtrent de zedelijke waarde van bepaalde neigingen en voorstellingen, waarin misschien jammerlijk vooroordeel schuilt. Bovendien is wel eens in de bijzondere plichtenleer, wat eigenlijk gewetensvraagstuk is uit het gezichtspunt van strijd van plichten beschouwd, niet in het belang van juistheid en duidelijkheid. Maar wat hier ook ter voorkoming van voorbarige oordeelvellingen zij in acht te nemen, men kan niet ontkennen, dat in elk geval zich op dit punt in ieders leven moeielijkheden voordoen welke een valsch doctrinarisme bezwaarlijk kan doen verdwijnen. Er is geen ander middel om de bezwaren op te heffen, die hier van zuiver wetenschappelijk standpunt te recht worden opgeworpen, dan te wijzen op de zonde, die den geheelen toestand ook van het betrekkingsleven verderft, waarbij het de aandacht wèl mag trekken, dat — zooals Hoekstra t. a. p. bl. 204 opmerkt — „plichtenbotsingen te overvloediger voorkomen en zich te moeielijker laten oplossen, hoe lager men staat in zedelijke ontwikkeling". Hierbij mag echter ook niet worden voorbijgezien dat de fijnste moeielijkheden in dezen strijd zich juist bij den hoogst ontwikkelde het meest opdoen (G. Schulze. Ueber dem Widerstreit der P/lichten. Zeitgemasse ethische Studiën über Sittengesetz, Gewissen und Pflicht denkenden Christen dargeboten 1878, Jtjliüs Schiller. Probleme aus der Christlichen Ethik 1888 S. 71). Onder de moeielijkste vraagstukken, die hier den zedekundige hebben bezig te houden, pleegt de „noodleugen" gerekend te worden. Misschien blijkt nergens meer dan hier de noodzakeliikheid van iuiste begripsbepaling. Verwarring van

Sluiten