Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel van wat op zich zelf deugd is. De hoofdvraag is hier, of Schleiermacher (Grundlinien einer Kritik der bisherigen Sittenlehre 1803 S. 429) recht had, toen hij meende dat in de „Moral" niets enkel als middel mag worden beschouwd. Wie waarde hecht aan geestelijke tucht, zal zeker ook van zedelijke tuchtmiddelen willen hooren, onder voorbehoud natuurlijk van het recht om deze te keuren en naar gewenschten maatstaf te beoordeelen. Dat het oordeel van Eoomsch-Eatholieken en Protestanten — om nu van andere zienswijzen te zwijgen — in deze zaak niet weinig verschillen kan, is gemakkelijk te verstaan. Wat op zich zelf goed is, kan ook als middel tot het goede nuttig zijn. Met de erkenning van het omgekeerde moet men voorzichtig zijn. De zedekimde heeft in haar materieel gedeelte te handelen over vasten, onthouding en wat dies meer zij. In het algemeen is de les, in 1 Tim. 4:8 gegeven, van ernstige beteekenis. De evangelische zedeleer kan menige zaak niet als boete laten gelden, waartegen zij intusschen geen bezwaar heeft, als de bedoeling te zoeken is in verhooging van eigen zedelijke kracht of in het heil des naasten. Men denke aan 1 Kor. 9 :27 in verband met Kol. 2:23, en vooral aan 1 Tim. 4:16. Nooit achte men onontbeerlijk wat men ontberen kan, en evenmin zie men voorbij dat de onmondigheid op elk gebied aan oefening gewend moet worden (Doiïner. Das System der christlichen Sittenlehre S. 373). Wat zelf niet als deugd, veel min als deugd van hoogeren rang, te beschouwen is, kan in den strijd der deugd zeer wel waarde hebben als hulpmiddel. Elk zij te dezen aanzien in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd (Hom. 14: 5b).

Lamers. Godg. en Wijsb. XIII.

23

Sluiten