is toegevoegd aan je favorieten.

Tille

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik kan het niet aanzien...

— Heb medelijden, Walt... ik ben zoo ongelukkig... en als gij wegblijft is het heelemaal met me gedaan...

— Laat ons dan trouwen... drink niet meer...

— Het kan niet, Walt, het kan niet...

— Maar ge maakt u kapot, Tille.

— Ja, Walt, was ik maar rap weg, lag ik maar in mijn graf.

— Toe zwijg !

— Het was een geluk voor u, voor mij, voor allen.

Halsstarrig hield zij vol, gaf zich verloren, zoop nu maar om het einde te bereiken. Hulpeloos schikte men zich in het onvermijdelijke, geen woord werd meer gesproken, geen woord over wat hen allen bezig hield.

Beschonken zat zij 's avonds bij de drie mannen, de stille kaartspelers, die geen afkeuring meer hadden, maar enkel groot medelijden.

Zoo gingen de jammerlijke winterdagen voorbij, treurig en traag, waarin zij meer dan eens een aanval van delirium doorstond. Zij was nu graatmager, had donkere vlekken in 't gelaat, en drank en pijn maakten haar slordig en zorgeloos. Opnieuw begon zij te hoesten, wou niet dat een dokter werd