is toegevoegd aan je favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik eens doorbladerd, al het kwaad dat over de vrouwen te zeggen valt staat er in. Maar ik wist het bijna allemaal...

— En wat is uw meening over de vrouw, Sus ?

— Wat zal ik zeggen, zei hij peinzend, terwijl hij zijn naald liet rusten en naar het verschrompeld geraniumplantje keek dat voor het raam stond, er zijn ook goede vrouwen... Ik heb er een gekend, een uit de duizend...

— De uwe, Sus?

— Over mijn vrouw spreek ik niet, klonk het waardig, de mijne is een parel ,liet hij er aarzelend op volgen,maar die andere was een uit de duizend.Het was de vrouw van mijn vriend Tist, een kleermaker die zijn stiel verstond. Tist was een mager, plezant ventje, dat altijd vroolijk floot en zong terwijl hij op zijn tafel zat. Het was mijn beste vriend. Wij gingen steeds samen uit, 's Zondags en 's Maandags. Zijn vrouw Siska was altijd van hetzelfde humeur. Wat Tist deed was welgedaan. Nooit grolde zij wanneer hij laat plakken bleef, zij had geen hekel aan zijn duiven en zijn vrienden, zij vroeg nooit om mee te gaan wandelen, lameerde niet bij de geburen. Zij kon goed koken, was zeer zuinig, haar huishouden was kraakproper. Nooit heb ik haar weten de waarheid verdraaien dan wanneer het was om haar man te dienen. Siska was een vrouw uit de duizend.

Sus verschoof zijn stalen bril tot op het puntje van zijn neus, gluurde mij aan over de glazen.

— Tist was anders een rare kwast, een zeer brave vent, maar 'n rare... men moest hem kennen. Hij sprak zijn Fransch zoo goed als zijn Vlaamsch. Dat had hij te Parijs geleerd. Als wij op scheut waren spraken wij wel samen Fransch, ik heb het te Luik geleerd, zooals