is toegevoegd aan je favorieten.

Menschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandel der gasten, der twee diensterkens en van den waard onder de lage, bruin berookte zoldering der schenkkamer, hoort het stemgegons der kaartspelers, den doffen bons der biljartbollen, den drogen slag der teerlingen of dominosteenen. En al peinst de man dan onwillekeurig dat ook in de herinnering aan goede uren iets wrangs verborgen ligt, waar een lange reeks avonden versmelten tot enkelen, hij bewaart toch voorzeker den fijnen nasmaak der gedachten aan zwoele zomernachten, aan bijtende vriesluchten, aan killige regenbuien, aan mistige maanlichten, aan lichtende herfststerren-hemels. Hoe ij del alle dingen zijn, toch geeft ons de broze herinnering de teederste aandoeningen.

Vele seizoenen lang kwamen zij in «De Eenoogige Kapucien» bijeen, uit louter vrees voor de afzondering die elk hunner te zwaar woog. Denk eens de marteling, alleen te zijn met eigen ziel of geweten, met eigen beslommering of verlangen... Neen, de uitzonderlijke klanten, die de geheimzinnigheid van nacht en duisternis vereerden, kenden den rustigen slaap der brave burgers niet' Wanneer zij moede waren te spelen of te dobbelen, konden zij uren lang onbeweeglijk zitten luisteren naar de varende geruchten, naar den wind die het uithangbord deed krijschen in de verroeste hengsels, naar eenzaam verklinkende stappen in de straat,naar neerpletsenden regen,naar den lek der bierpomp,naar glazengeplons in den spoelbak, naar de tiktakkende, oude huisklok, die om het kwartier sloeg met gebroken metaalgeluid. Terwijl de twee diensterkens, een blonde en een zwarte, slaperig achter den toog stonden te koekeloeren, zat de grijze waard, — een rare vent met patriarch baard en glansenden, kalen knikker —, geniepig te staren naar de zwijgende