is toegevoegd aan je favorieten.

Het leven en de werken van Michiel de Swaen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kosen.

Dat ick u noyt sal wecken By nacht, als 't kindje kryt, maer selfs de wiegbant trecken.

Jakelijn.

Hoe luckigh sal ik syn!

Kosen.

Dat ik, van 's morgens yroegh Tot 's avonts, sonder u, noyt gaen sal naèr de kroegh.

Jakelijn.

Dat is getrouwigh syn.

Kosen.

Dat Kosen noyt sal eelen, Ten sy gy by hem, op een peekei syt geseten.

Jakelijn. Gy rukt myn herte wegh.

Kosen.

Dat ick noyt loopen sal, Waer een getrouden man licht cryght een ongeval.

Jakelijn.

Dat sal een lgjen, y$! o Kosen! lieye Kosen {

Kosen. /-t&ftï

O liefste Jaquelyn!

Jakelijn.

Uw woorden syn als roosen; Uw tongh is honingsoet, uw sprake leckerny ; Wie wiert' er niet bekoort van soo een vrient als gy?

(2° bedrijf, 5° tooneel.)