is toegevoegd aan je favorieten.

Kroniek der Nederlandsche letteren, 1917-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STEMMEN UIT DE OORLOGSJAREN. ')

„De dood van Yper", door Caesar Gezelle, is het werk van een zeer beminnelijk en groot voelend man, die den naam van zijn oom, den onsterfelijken dichter, eer aandoet. In gansch dit verhaal, in de schildering van Yperen's goedmoedig leven vóór den oorlog, zoowel als in het uiterst levendig relaas van de angsten en verschrikkingen, de aandoenlijkheden en de dwaze contrasten van den oorlog zelf, — hoewel hij midden in de gebeurtenissen stond, gedurig als priester te midden der gewonden van vier nationaliteiten verkeerde, is het schoon te zien, hoezeer en hoe mild hij boven dat beschreven leven staat, en boven de verbijsteringen van den krijg-

Dat tot dit hooge standpunt niet eerst de evenementen hem behoefden op te drijven, niets kan het beter bewijzen dan de glimlach, waarmee hij in het vredig-beuzelend Yperen de politieke partijen haspelen zag. En wèl een dichter vol goelijken humor was de geestelijke, die thans al dat gewichtig gedoe van liberaal en clericaal zóó voorkeurloos en smakelijk weet op te halen:

*) Caesar Gezelle. De dood van Yper. I—III. (L. J. Veen).

Jozef Muls. De gruweljaren 1914—1916 (C. A. J. van Dishoeck).

Cyriel Buysse. Van een verloren zomer. (C. A. J. van Dishoeck).