is toegevoegd aan je favorieten.

Mijn Brugge

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN KAPMANTEL.

De Brugsche vrouw bezielt haar sombre dracht, Die mantelkap, waarin zij, dicht geborgen, In 't schemeruur, bij avond als bij morgen,

Schier zweeft, langs oud verlaten straat en gracht.

Een zwarte schim in raadselgrauwe nacht, Zoo glijdt zij heen, of lust haar dreef, of zorgen, Lijk Uriël, de duistre nevelborgen Ontglipt, in zwaar omfloerste schitterpracht.

Wat spellen, uit de kap, die flonkrende oogen? Is zoo'n gestalt door list of last gebogen?

Wat is zij, non of vrouw of spooksel? Wat?...

Wellicht de geest der oude droomenstad!... Dan treedt z'eens uit die wade, als uit een logen, Weer stralend vóór, op 't zonnig levenspad!

4 October 1894.