is toegevoegd aan je favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat iemand het merkte. Neen, toch niet. Er was er één, die den geheelen tijd oplettend had toegezien. Door een toeval was de middendeur op een kiertje blijven staan, tot groote blijdschap van Bello, die op de donkere deel nu ook een straaltje licht mee opving. Eerst had hij zich vergenoegd met eenigen tijd naar de lichtende streep te kijken, toen was hij uit zijn mand gekomen en had zich voor de deuropening neergezet, zoodat hij den geheelen kring kon overzien en waar hij een poos geduldig bleef wachten. Maar nu prikkelde de geur van kool en worst zijn reukzenuwen zóó zeer, dat hij het niet meer kon uithouden. Even raakte hij de deur aan, deze ging open en Bello stak voorzichtig zijn kop binnen. Zoo stond hij even, onbewegelijk in het halfdonker. Och, hoe graag was hij den lichtkring genaderd, maar den dreigenden vinger van Geert was hij nog niet vergeten en noch Nelly, noch zelfs Elsje merkten hem op. Bello's blik ging vragend van den een naar den ander, tot hij plotseling zag dat Beertje, die met den rug naar hem toe zat, haar handjes langs den stoel naar beneden liet glijden. Bello meende dit als een vriendschappelijk teeken te moeten aannemen als voor hem bestemd en ofschoon het meisje niet bepaald vriendelijk voor hem was geweest, vergaf zijn trouw hondenhart dit gaarne, te meer, toen hij bij zijne nadering bespeurde, dat de kleine handjes heerlijk geurden naar worst. Zelfs droegen