is toegevoegd aan je favorieten.

Nelly Degenstein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oploopt, dan komt u voor een sloot, ziet u.'' De burgemeester begon al een beetje spijt te krijgen, dat hij Nelly's raad niet had opgevolgd, door te laten weten, wanneer hij kwam ; men zou hem dan uit Meppel halen, had ze geschreven, dat was misschien toch gemakkelijker geweest. „Maar jij kunt me zeker wel zeggen, welk land hier in de buurt dan een steeg is?" vroeg hij zóó vriendelijk, dat de koetsier zich weer geheel met hem verzoend gevoelde. „Ja, mijnheer, ziet u eens," zei hij, wijzend naar een land, waar eenige koeien vreedzaam graasden, „dit land is wel een steeg, maar u moet daar drie hekken overklimmen. En nog een klein eindje verder is er weer een, daar kunt u, geloof ik, de hekken opendoen, maar ik ben er niet zeker van, ik kom hier ook niet zoo heel vaak, ziet u." De burgemeester kreeg een kleur van schrik. In de eerste plaats had hij, evenals Nelly een hevigen afkeer van koeien, maar buitendien voelde hij zich niet lenig genoeg tot klimmen of springen. „Maar er is toch nog wel een andere manier om in Giethoorn te komen dan juist over drie hekken en tusschen de koeien door?' vroeg hij ongeduldig. „Ja mijnheer, ziet u, als u nu eenmaal in Giethoorn bent en u wilt dan eens uit, dan kunt u met den punter naar den dijk varen en dan laat u hem daar liggen tot u terug komt, dan hebt u niets met de hekken te maken."

„Maar kerel!" riep de Burgemeester driftig, „houd mij niet voor den gek; ik ben immers niet in Giethoorn !