is toegevoegd aan je favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wilt volstrekt de Eerweerde h«nen, Hij geve me eens zijn zegen nog. „

Sint Raymond trok dan naar de haven, En ging terstond — dacht hij — te scheep ; Maar niet een kapitein en vond hij Bij wien zijn bede bijval greep.

De Koning trouwens had een bode Vooruitgezonden naar het strand,

Om te verbiên dat men den Pater Terug zou voeren naar zijn land.

Maar Raymond knielt op d'oever neder, En 't glanst hem hemelsch in 't gelaat; Dan rijzend neemt hij zijnen mantel Dien hij op 't water openslaat.

Hij stapt erop, en stelt zijn gaanstok Gelijk een mast te midden 't kleed,

Waar hij een hoek van aan dien mast bindt Als zeil; en 't vaartuig is gereed.

En ziet 1 hij maakt een kruis erover, En 't windje blaast in 't zwellend doek; En lustig gaat hij aan het varen.

Nooit kapitein zoo rap en kloek !

Ge moest matroos en volk zien kijken Eerst als hij op dien mantel stond, Dan, voort op 't water henenzeilde Dat schier geen oog hem volgen kond'.