is toegevoegd aan je favorieten.

De Minang Kabausche nagari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richtingen. Maar eeuwen zijn voorbij gegaan en hebbe de scherpe tegenstellingen niet alleen doen verflauwe; maar hier en daar heeft zelfs innige vermenging va uiteenloopeode adat-opvattingen plaats gehad.

Er zijn echter landen, waar de instellingen (niet i principes) onvermengd zijn blijven bestaan ; er zi

streken, waar de poetjoeas en de panghoéloe kaanip

hoekoe tronen op korte of ronde kussens (lidsoea pandc

kusoea boent a (Koto Piliang) en er zijn ook land( waar de adatregel geldt:

doedoea* samo randah,

tagas samo iinggi,

als wtj zitten, zitten wij even laag, als wij staan zi wij even lang (Bodi Tjaniago.)

In de eerstgenoemde landen—ik heb hier speciaal h oog op de Loeha> Limo poeloeh—hebben de panghoe

kaamptf soekoe of de poetjoeai een beslissende stem de behandeling van zaken door den raad van vol) hoofden, ja spreken zij de beslissing uit; in de Bc Tjaniago-streken echter--men denke vooral aan Agam zitten de panghoeloe's op een vlakke vloer en z elkanders gelijken.

Waar panghoéloe kaamp& soekoe zijn, mèt of zont

poetjoek, daar hebben zij en de panghoeloe kampoeai de hoofden der soekoe onderdeelen, het bestuur ; kapalo paroei> of pangboeloe andiko hebben daar ni< te zeggen. Waar de panghoeloe's andiko allen ev hoog staan, hebben zij allen het recht van meezegg<

Het komt mij voor niet beter te kunnen doen, d als nadere toelichting eenige voorbeelden te geven de genoemde en ook uit andere streken in Minang Kat van de indeeling van het soekoe- en nagari-bestu De rubrieken A en B geven voorbeelden van „uitersten" C, D en E zijn voorbeelden van verm ging van de adatbeginselen van A en B.

A.

Nagari Soeiiki, loehak Limopeeloeli

Name i der soekoe's Namen der kampoeng's (boekue-deelei))

I, Naa IX 1 Koto- 2 -Piliang

8 Tandjoeang 4 Si Maboea

5 Si Koembang 6 Si Pisang

7 (joetjj § Jft>ga TjgQtjMjj