is toegevoegd aan je favorieten.

De Minang Kabausche nagari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

béï&ad ên bepaalt óf de eisch kan toegewezen woeden, öf—in zaken van overtreding—het al of niet „schuldig" aan het ten laste gelegde. Bij schuldigbevinding in zaken van adatovertreding bepalen de ka&mpè* soekoe, mèt den poetjoek *) indien er een in de nagari aanwezig is, de straf; men kan, volgens de adat, van deze straf niet in hooger beroep komen.

Vroeger bestond de „tando soeko" wel uit geld: amèh masas di. gaar, eetbaar goud, in tegenstelling met amèh matah d.i. rauw, oneetbaar goud: krissen en andere goederen.

Was de tando soeko gegeven, dan kon de zaak behandeld worden, want:

batali boeliëh di.iri1

batampoeas boeliéh di djindjiëng

dan zat er een touw aan om te trekken, ©en knop om aan op te beuren.

Omtrent de „tando soeko," het gedingpand en de

„tahië amèb," de adathefftng, die door partijen wordt betaald bij de inlossing der panden, verplicht vóór 1874, vrijwillig na de invoering van het rechtswezen **), wordt verder verwezen Daar Bijdr. Kon. Inst. 46,1896, bl. 159-160, Ini. Gen. 1908 en 1909 bl. 82 en adatrecht van Yan Vollenhoven bi. 258.

Volgens de Bodi-Tjaniago-adat richt men zich in de eerste p'aats tot zijn panghoeloe andiko, daarna tot de ^ andiko's in zijne soekoe; legt men zich bij de uitspraak van hen niet neer, dan komt de zaak voor de rapé1 nagari: alle andiko's uit de nagari; zij nemen in eerste instantie kennis van alle belangrijke zaken. Van hen is hooger beroep bij een rapat van alle volkshoofden van de federatie,waartoe debetrok.

ken Dagari behoort.

VgU .bl, 97,)

Tusschen deze twee uitersten weder tal van nuanceeringen.

•) Voor den poetjoek gold vroeger:

mamakai nan soedah

mamakan nan masas dragen wat klaar en eten wat gaar is, men legde hem de zaak voor nadat /-ij volkomen was onderzocht en ovei wogen en in enkele streken had hij dan een beslissende stem; tegenwoordig is de poetjoek over het algemeen van gelijke positie als de

p. kaampè* soekoe. , „ _ .

**) Het is duidelijk, dat Der Kinderen deze adatheffing bedoeld

heeft CB. B. 2925.)