is toegevoegd aan je favorieten.

De Minang Kabausche nagari

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huwelijkszaken.

Dat deze rechtspraak afgeschaft zoude zijn (adatrecht, bl. 259) is mij niet bekend.

. I

Soempah piri* Als slot van dit hoofdstuk een enkel woord over,,

den grooten Minang Kabauschen eed, door een geheele familie op betwisten grond *) uitgezworen (adatrecht bl. 259;. v

Deze eed is tiet alleen interessant uit een ethnografisch oogpunt, maar bij is ook ia zooverre van veel belang, dat bij slechts in zéér enkele gevalleD, als hooge uitzondering, Diet volgens de waarheid is afgelegd.

Men is bevreesd te liegen ia een zoo ernstige zaak, waarbij men overtuigd is vervloeking en ellende over zijne geheele familie in de waagschaal te stellen.

De partij, die een stuk grond ia bezit he6ft of neemt, wordt veroordeeld dit door dea grooten eed te bevestigen.

Op een bepaalden dag komen de familie's der beide partijen samen op een heilige plek, een tampat kiramat, een verlaten laodiong aan de rivier, of zooals in den laatsten tijd gewoonlijk gebeurt: vóór de masdjid.

Alle panghoeloe's zijn tegenwoordig; de hakim's, die toe moeten zien dat alles volgens de adat toegaat, zijn gewoonlijk de manti's van beide partyen.

Nu wordt een cirkel op den grond gelegd -van poe-

tjoea anau, het joüge blad van d(n suikerpalm; in het midden plant men een stok en daaraan worden

vast gebonden büoelow nan ta> batampoeas vru-chten van den anau, zonder steel, en op den stok wordt bevestigd een parioea*, een keukenpot, gevuld met iïaoen djira* baroeroeis, afgestroopte djarakbladeren.

Het hoofd der familie^ die den eed moet afleggen,

gaat nu in den cirkel staan met zijne taroeah en Piri>.

De taroëah zijn ééa of twee (één vrouw— één man) van de naaste b'oedverwanten, kamanakan kandoeang.

De piri* zijn even vele maar zéér verwyderde familieleden.

De bedoeling is, dat zij de geheele familie vertegenwoordigen, en dat deze het dus eens is met het

*) tf.ezo cetl komii ook voor bij pl»rJcw§8tie'8i

i