is toegevoegd aan je favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeeltelijk verandering onderging, eene vroegere winstverdeeling verviel of gewijzigd werd of eene nieuwe ontstond.

§ 5. Vermeerdering of vermindering van inkomsten in den loop van het belastingjaar blijft, ten ware zulks aanvang van belastingplicht in den loop van het belastingjaar tengevolge heeft, buiten aanmerking.

Art, 10. (Gewijzigd en aangevuld bij St. 1910 no. 450). De man is, behoudens verhaal, uit eigen hoofde belastingplichtig voor het zuiver inkomen zijner vrouw, tenzij in de gevallen van scheiding van tafel en bed en scheiding van goederen en in het geval, dat de vrouw krachtens artikel 140 van het Burgerlijk Wetboek zich het beheer van hare roerende en onroerende goederen en het vrije genot van hare inkomsten heeft bedongen, in welke gevallen de vrouw zelve belastingplichtig is.

Niettemin wordt in de laatste twee gevallen bij de berekening van de verschuldigde belasting geene splitsing van de inkomsten van man en vrouw toegelaten, maar de uitkomst der berekening in evenredigheid tot het bedrag van ieders zuiver inkomen over beide omgeslagen.

*) Ter berekening van het zuiver inkomen mag worden afgetrokken het bedrag, dat gedurende het tijdvak waarover de aanslag loopt, uit het inkomen is of vermoedelijk zal worden verstrekt aan de bij den aanvang van het kalenderjaar of, bij lateren aanvang van belastingplicht, op het tijdstip yan dien aanvang, in Nederland wonende echtgenoote van den belastingplichtige. De echtgenoote, die op reis is tusschen Nederlandsch-lndië en Nederland, wordt geacht in Nederland te wonen.

Indien de echtgenoote eerst na de aangifte in Nederland is gaan wonen, wordt na afloop van het belastingjaar, op schriftelijk verzoek, ontheffing verleend voor de belasting, die over het in dat jaar aan haar verstrekte bedrag is betaald.

*) In den text voor de wijziging bij Stbl. 1910 No 450 kwam de vierde alinea niet voor en luidde de derde alinea:

„Ter berekening van het zuiver inkomen mag worden afgetrokken het „jaarlijksch bedrag dat uit het inkomen verstrekt wordt aan de buiten „Nederlandsch-lndië wonende echtgenoote van den belastingplichtige".