is toegevoegd aan je favorieten.

De Inkomstenbelasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ƒ 12000 en hooger

ƒ 444,75,

benevens f 5,— voor elke geheele som van ƒ 100 boven ƒ 12000.

Art. 12. De belasting wordt verminderd met 3 ten honderd voor:

u. ieder, tot wiens onderhoud de belastingplichtige ingevolge de artikelen 298, 321, 322, 323 en 328 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is;

b. ieder, die door hem als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.

De aftrek bedraagt ten minste f 0.10 en voor ieder sub a en b bedoeld, ten hoogste ƒ 30.

HOOFDSTUK III.

In Nederlandsch-Indië gevestigde belastingplichtigen, andere dan natuurlijke personen.

Art. 13. De vennootschappen, maatschappijen en vereenigingen, bedoeld in artikel 1 b zijn belastingplichtig naar;

a. haar jaarlijksch zuiver inkomen;

b. haar jaarlijksche overwinst.

De daar bedoelde stichtingen zijn slechts belastingplichtig naar haar jaarlijksch zuiver inkomen.

Art. 14. Het jaarlijksch zuiver inkomen, bedoeld in het vorig artikel, wordt berekend volgens de artikelen 3 tot en met 9, met dien verstande dat:

a. winstuitkeeringen alleen dan in mindering mogen worden gebracht, wanneer zij geschieden aan in NederlandschIndië gevestigde beheerende vennooten, bestuurders, commissarissen, gecommitteerden en verder personeel als zoodanig;

/;. bij commanditaire vennootschappen op aandeelen in mindering mag worden gebracht dat deel van het inkomen, waarop in Nederlandsch-Indië gevestigde beheerende of commanditaire vennooten, anders dan als aandeelhouder gerechtigd zijn;

c. bij vereenigingen en stichtingen slechts het inkomen uit beroep en bedrijf in aanmerking komt.