is toegevoegd aan je favorieten.

Leerboek der plantkunde voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Verspreiding van Vruchten en Zaden.

Bij de meeste in het wild groeiende planten worden de zaden op de een of andere wijze uit de onmiddellijke omgeving van de moederplant verwijderd. De planten die er uit het zaad opkomen, ontwikkelen zich zoodoende niet alle bij elkander, maar o\ er een grooter of' geringer oppervlak verspreid, dikwijls op zeer grooten afstand van de moederplant.

De meeste planten brengen een groot aantal zaden voort; bij sommige soorten levert een enkele plant millioenen zaden. Kwamen alle zaden, die een plant voortbrengt, in de onmiddellijke nabijheid van de moederplant terecht, dan zouden de jonge planten elkander verdringen; tengevolge van de verspreiding deizaden is er meer kans dat sommige ervan onder gunstiger omstandigheden komen voor een verdere ontwikkeling.

Bij het openspringen van sommige vruchten worden de zaden weggeslingerd, zooals bijv. bij de Djarak, bij de Hevea en bij het Viooltje. Dit wegslingeren van de zaden komt gewoonlijk tot stand doordat de kleppen van den vruchtwand evenals een boog of stalen veer gespannen zijn en dan bij het vaneen splijten plotseling losspringen. Gewoonlijk is het openspringen van de vruchten een gevolg van uitdroging; in enkele gevallen, bijv. bij de 1 letekkan (Ruellla tiibevosci, Plaat X1, Fig. 4) springen echter de vruchten met kracht open bij bevochtiging. Bij de Balsamienen springen de rijpe vruchten open, wanneer zij even aangeraakt worden en slingeren dan de zaden weg.

Wij behoeven bij de verspreiding over het algemeen geen scherp onderscheid tusschen vruchten en zaden te maken, want men neemt dikwijls zoowel bij deze als bij gene overeenkomstige eigenaardigheden waar, die een verspreiding op de een of andere bepaalde wijze in de hand werken.

De verspreiding tot op groote afstanden van de vruchten en zaden der in het wild groeiende planten komt hoofdzakelijk tot stand door den w i n d, door het water, door d i e r e n en door den m e n s c h.

De zaden van sommige planten zijn zeer licht, zoodat zij gemakkelijk door den wind over groote afstanden medegevoerd worden. Drie jaar na de groote uitbarsting van Krakatau, waardoor de geheele plantengroei, zoowel daar als op de dichtbij gelegen eilanden totaal vernietigd werd, vond men bij een bezoek

17