is toegevoegd aan je favorieten.

Van slaaf tot evangelist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langs allerlei wegen tracht hij den menschen te toonen de groote waarde van het Christendom boven het heidendom De Zendelingen doen dat ook, maar de heidenen zeggen zoo vaak: ,,ja mijnheer, wat gij zegt is wel goed voor U, maar niet voor ons. Gij zijt wit en wij zijn zwart".

Maar nu een uit hen, uit hun eigen volk, die even donker gekleurd is als zij; van wien zij weten waar hij geboren is, hun dit zegt, nu gelooven zij het veel gemakkelijker.

Hem vertrouwen zij veel meer dan die witte menschen.

Petrus leeft, gelukkig te Maudorri. Tot zijn groote blijdschap heeft zijn moeder het heidendom vaarwel gezegd en is zij gedoopt. Hij heeft haar Lydia genoemd naar zijn pleegmoeder, bij wie hij als heiden in huis kwam. Al zijn familieleden zijn Christen geworden en een groote schare van mannen en vrouwen heeft met de heidensche gewoonte gebroken.

Natuurlijk ontmoet hij ook dikwijls tegenstand. Vooral de toovenaars hebben een hekel aan hem. Geen wonder! Hij geeft den zieken medicijnen en vraagt daarvoor geen betaling en Gode zij dank, menigeen is langs dezen weg genezen. Zij, de toovenaars, laten zich goed betalen en hunne geneesmiddelen hebben hoegenaamd geen succes. Zij beschuldigen hem, dat hij hunne klanten rooft, en zij lijden schaden, en daarom vooral zijn zij boos.

Op de school heeft hij een groot getal leerlingen en hoort eens, gij kent de melodie wel van het lied, dat zij zingen, het is: „Nooit zag 'k een vriend, die zoo trouw was als Jezus". De Zendeling heeft dat lied vertaald.

O zeker, daar zijn vele moeilijkheden op Maudorri, maar als gij Petrus vraagt, of hij niet liever elders heengaat, dan antwoordt hij: „neen, hier is mijn land; het is mijn volk en dat verlaat ik niet"; en dan, dan verhaalt hij U, dat er reeds zijn gestorven, die den Heere Jezus liefhadden.

Wij begrijpen hem en wij kunnen het ons voorstellen, dat hij dankbaar is hier te mogen arbeiden. God heeft hem een gezegend arbeidsveld gegeven, te midden der mannen die niets liever deden dan op moord en roof gaan, die nu luisteren naar het lied der schoolkinderen en het zelf medezingen.'