is toegevoegd aan uw favorieten.

Openhartige antwoorden en onopgesmukte waarheden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den uit ons Christelijk Nederland, die dwalen als schapen zonder herder; die, in de duisternis der onkunde, vragen: Wie zal ons het goede doen zien; die, in de doodsschaduw der godvervreemding zuchten: Niemand zorgt voor onze ziel.

Die klachte is tot ons zielsoor doorgedrongen.

Ze is ons tegengeklonken uit koude, leege harten van zondaren, die in hunne gewelfde huizen wonen op singels en in parken en alle dagen vroolijk en weelderig kunnen leven.

Ze heeft ons bereikt uit kranke zielen van zondaren, die hunne woonstede hebben in de hutten en stulpen der achterbuurten en niet weten, hoe van den eenen dag aan den anderen te komen.

En sinds ons die stemme van geklag en gejammer door de ziele heeft gedreund, is het ons onmogelijk lijdelijk toeschouwers te blijven van zooveel gebrek en gemis op het hoogste levensgebied.

Wij voelen ons verantwoordelijk voor wat we van die klacht hebben opgevangen.

Wij voelen ons gedrongen met onze verantwoordelijkheid ernst te maken.

Wij hebben een vuur van ijver in ons voelen ontgloeien voor al die dwalenden en onwetenden.

Wij hebben tot elkaar gezegd: wij bezitten, door Gods genade, den eenigen troost in leven en sterven. In onze nooden als zondaar is voorzien. Onze behoeften als mensch zijn bevredigd. Wij zijn gelukkige kinderen Gods; zalig geworden, uit genade, door het geloof. Deze dag is een dag van goede boodschap! Wij doen niet recht, als wij zwijgen van het heil, dat ook voor die duizenden is, die onbearbeid blijven. Als wij niet gaan tot zoovelen, als wij maar kunnen bereiken, zal het licht van den dag des gerichts onze ongerechtigheid openbaren.

Wij vragen niet hoogelijk, of al wat zich het zielenheil van anderen ziet toebetrouwd, ons welkom heet. Bescheidenlijk vergenoegen we ons met de zekerheid, dat er onder de ernstige, toegewijde arbeiders in 's Heeren wijngaard zijn, die welwillend onze geringe medewerking aanvaarden in dèn arbeid der liefde aan zoovelen, die langs den weg door het leven neerliggen, geslagen, bloedend uit vele wonden; beroofd en uitgeschud; wachtend naar medelijden; smachtend naar lafenis; smeekend om redding.

Behulpselen in de Gemeente des Heeren begeeren we slechts te zijn. Behulpselen voor ieder, die er zich van wenscht