is toegevoegd aan je favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik noem Jezus Christus den Uitvoerder van Gods Raad. Dit blijft Hij totdat die Raad ten volle is uitgevoerd. Daartoe had Hij niet slechts zijn korten aardschen leeftijd noodig, maar behoeft Hij ook al de eeuwen, totdat het einde daar is, en 't koningrijk der hemelen in zijne heerlijkheid zich vertoont, en alle aardsche koningrijken vervangt.

Meent niet dat de blik des Heeren tot Zijn aardsche leven was beperkt, toen Hij getuigde dat Hij Mozes en de Profeten is komen vervullen. Zijn goddelijk ruime blik reikte tot den tijd dat deze voorbijgaande hemel en aarde hun eeuwig blij venden toestand zouden zijn ingetreden. Hij laat terstond op zijn getuigenis dit woord volgen: „want voorwaar zeg ik u: tot de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied' door wien? door Hem den Vervuiler!

't Is hem natuurlijk, de waarheid aan te zien met een blik die hare geschiedenis van den aanvang tot het einde toe omvat. Haar aanvang, haar voortgang, haar voltooiing liggen in hun ongebroken geheel naakt voor Zijne oogen.

En den sleutel tot deze kennis heeft Hij gevonden in de kennis van Zichzelven, in de kennis van den wasdom der waarheid in Zijn eigen menschelijk hart, van den aanvang tot de voltooiing toe. Waren Hem de aanvang en voortgang en voltooiing der waarheid in zijn eigen hart onbekend gebleven, dan had Hij die ook niet in de menschenwereld buiten Hem gekend. De kennis van de verloopene en toekomstige geschiedenis der waarheid in de menschheid, was één met Zijn zelfkennis. Hij alleen kon zeggen. „Ik weet van waar Ik ben, en waar Ik heenga."

En daar nu Jezus' heldere aanschouwing der waarheid één is met de geschiedenis van Zijn eigen menschelijk hart; daarom is Hij de Eenige, aan wien ieder mensch, die naar de kennis der waarheid dorst, zich onbepaald kan